In 't Veen Advocaten
.
.
.
.
.
.
.

Schadevergoeding van werknemer na ontslag op staande voet

Een werkgever  kan een vergoeding eisen van een werknemer die een dringende reden heeft gegeven voor ontslag op staande voet.

Een verzoek daartoe dient binnen twee maanden na beëindiging van de arbeidsovereenkomst te worden ingediend bij de kantonrechter.

zelfstandig tegenverzoek

Indien een werknemer die op staande voet is ontslagen een procedure start omdat volgens hem of haar ten onrechte ontslag op staande voet is verleend, kan de werkgever in deze procedure een tegenverzoek indienen en schadevergoeding vorderen. Voor dit zelfstandig tegenverzoek geldt de vervaltermijn van twee maanden (na datum ontslag op staande voet).

Bij uitspraak van 3 mei 2018 heeft de rechtbank Oost-Brabant vastgesteld dat een verzoek om schadevergoeding wegens onrechtmatig handelen van de werknemer ook valt onder de vervaltermijn en dus binnen twee maanden na ontslagdatum moet zijn verzocht.

Hoewel de vordering tot schadevergoeding op grond van wanprestatie of onrechtmatig handelen van de werknemer een andere juridische grondslag heeft dan het verzoek dat een werkgever kan doen om een vergoeding van schade omdat de werknemer aanleiding heeft gegeven tot ontslag wegens een dringende reden, stelt de rechtbank dat dezelfde vervaltermijn van toepassing is. De rechtbank overweegt daartoe dat de vordering tot schadevergoeding op precies dezelfde feiten en omstandigheden gegrond wordt als die ten grondslag worden gelegd aan het verzoek om schadevergoeding wegens ontslag op staande voet. De bedoeling van de wettelijke vervaltermijn is, aldus de rechtbank, dat de onzekerheid die kan bestaan over het verschuldigd zijn van een vergoeding relatief kort dient te zijn. Deze wettelijke vervaltermijn kan dus niet worden omzeild door gebruik te maken van een andere juridische grondslag, zolang tenminste sprake is van hetzelfde feitencomplex.

De rechtbank heeft derhalve de werkgever niet-ontvankelijk verklaard in diens zelfstandig tegenverzoek tot schadevergoeding wegens wanprestatie c.q. onrechtmatig handelen.

verrekening

De werkgever heeft in voornoemde procedure voorts een beroep gedaan op verrekening van nog te betalen loon met de aan hem verschuldigde (gevraagde) schadevergoeding wegens het geven van een dringende reden.

De werkgever komt volgens de rechtbank geen beroep toe op verrekening omdat dit beroep eveneens wordt gedaan nadat de vervaltermijn is verstreken en in de ontslagbrief zelf geen verrekeningsverklaring is opgenomen. De werkgever heeft nimmer verklaard dat hij zijn eventuele schuld (loonbetaling) met een vordering (schadevergoeding) wenst te verrekenen.

afweging

Als een werkgever een werknemer op staande voet ontslaat, zal hij moeten beoordelen of hij een vergoeding verlangt voor het feit dat de werknemer hem een dringende reden heeft gegeven voor ontslag op staande voet. Indien de werkgever dit wil, dient zo’n verzoek binnen twee maanden na de ontslagdatum te worden ingediend bij de rechtbank. Dat kan dus ook voordat of zonder dat de werknemer een verzoek heeft ingediend tot vernietiging van de opzeggen of tot vaststelling van een billijke vergoeding.

mr. Wilma Kempe

Laatst bijgewerkt: 28/06/18

mr. Wilma Kempe

Mw. mr. M.W. Kempe studeerde privaatrecht aan de Universiteit Utrecht. Sinds 1997 is zij werkzaam bij In 't Veen Advocaten. Zij houdt zich bezig met arbeidsrecht, ambtenarenrecht, onderwijsrecht en sociaal zekerheidsrecht. Kempe is lid van de VAAN. 10 jaar lang was zij kantonrechter-plaatsvervanger bij de Rechtbank Rotterdam en de Rechtbank Midden-Nederland (voorheen Rechtbank Utrecht) . Zij behandelde procedures op arbeidsrechtelijk gebied. Sinds 1998 is zij voorzitter van een van de geschillencommissies (Wonen) van de Stichting Geschillencommissie voor Consumentenzaken (SGC).

Op de inhoud van deze pagina en op het gebruik van deze website zijn algemene voorwaarden van toepassing.

Doorzoek de site

Publicaties van mr. Wilma Kempe



Gedeeltelijke transitievergoeding bij vermindering van de arbeidsduur
Bij vermindering van de arbeidsduur wegens gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid bestaat in beginsel aanspraak op een gedeeltelijke transitievergoeding.

Heeft een AOW-gerechtigde werknemer recht op een transitievergoeding?
Het feit dat de werknemer geen recht heeft op een transitievergoeding bij ontslag, is volgens de Hoge Raad niet in strijd met de Europese richtlijn over leeftijdsdiscriminatie.

Schadevergoeding van werknemer na ontslag op staande voet
Een werkgever kan een vergoeding eisen van een werknemer die een dringende reden heeft gegeven voor ontslag op staande voet, maar er zijn spelregels.

Onregelmatigheidstoeslag over vakantiedagen
Een werknemer behoudt tijdens zijn vakantie recht op loon. Wat is daarbij de omvang van dit loon? Met welke componenten moet rekening gehouden worden?

Herplaatsingsplicht bij verzoek ontbinding arbeidsovereenkomst
Bij een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van bedrijfseconomische omstandigheden wordt getoetst of aan de herplaatsingsplicht is voldaan.

De billijke vergoeding in het arbeidsrecht
De Hoge Raad heeft criteria gegeven voor het vaststellen van een billijke vergoeding. Deze vergoeding is aan de orde bij ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever of indien de werkgever heeft gehandeld in strijd met de regels voor ontslag.

Loondoorbetaling en re-integratie bij ziekte
Een werkgever van een zieke werknemer moet afwegen tussen het beëindigen van het dienstverband met betaling van de wettelijke transitievergoeding en het in stand laten van het dienstverband met de re-integratieverplichtingen tot gevolg.

Van vernietiging opzegging arbeidsovereenkomst naar toekenning vergoeding
Het switchen van het verzoek tot vernietiging van de opzegging van de arbeidsovereenkomst naar een verzoek tot toekenning van een billijke vergoeding is mogelijk, ook als de switch buiten de vervaltermijn wordt gedaan.

Meer...