In 't Veen Advocaten
.
.
.
.
.
.
.

Voorarrest

In het geval de iemand wegens verdenking van een strafbaar feit wordt aangehouden voor verhoor, dan bestaat de kans dat de verdachte in verzekering wordt gesteld.  Mocht de officier van justitie van mening zijn dat de verdachte langer moet blijven vastzitten, dan wordt een verzoek tot inbewaringstelling ingesteld bij de rechter-commissaris. Indien de rechter-commissaris de inbewaringstelling beveelt, kan de raadkamer van de rechtbank de gevangenhouding bevelen. Dit artikel beschrijft uitgebreid elke stap van het voorarrest.

Na aankomst op het politiebureau kan de verdachte van een strafbaar feit voor de duur van zes uur worden opgehouden voor verhoor. De tijd van middernacht tot 9.00 uur 's ochtends telt niet mee. Mocht de verdachte voorafgaande aan dit verhoor een strafadvocaat willen consulteren, dan is dit mogelijk. Nadat de verdachte op het politiebureau met zijn strafadvocaat heeft gesproken, zal het verhoor met een opsporingsambtenaar plaatsvinden. Uiteraard heeft de verdachte in dit verhoor het recht om te zwijgen.

inverzekeringstelling

Bij verdenking van een strafbaar feit waarop een gevangenisstraf staat van vier jaar of meer kan de verdachte na de termijn van zijn aanhouding in het belang van het onderzoek inverzekering worden gesteld. De inverzekeringstelling duurt in beginsel maximaal drie dagen (een eenmalige verlenging met nog eens drie dagen is toegestaan). Nadat de verdachte inverzekering wordt gesteld, krijgt de verdachte van overheidswege een advocaat toegewezen, de zogenaamde piketadvocaat. De piketadvocaat bezoekt de verdachte op het politiebureau. Hij  bespreekt de feiten waarvan de verdachte wordt verdacht. De piketadvocaat kan op dat moment alleen uitgaan van de verklaring van de verdachte. De piketadvocaat heeft in deze fase van het onderzoek namelijk nog geen strafdossier in handen. De piketadvocaat wijst de verdachte in het gesprek op zijn rechten en plichten, waaronder het recht om te zwijgen. In plaats van de van overheidswege toegewezen piketadvocaat, kan de verdachte ook zelf een advocaat kiezen, de zogenaamde "voorkeursadvocaat".

Gedurende de inverzekeringstelling verrichten politie en justitie verder onderzoek. In het kader van dit onderzoek kan de verdachte nader worden verhoord. Eventuele getuigen zullen worden gehoord en bijvoorbeeld een spiegelconfrontatie kan plaatsvinden.

inbewaringstelling

Tijdens de inverzekeringstelling bepaalt de officier van justitie of hij wenst dat de verdachte na de inverzekeringstelling nog langer vast moet blijven zitten. Indien de verdenking een redelijk ernstig feit betreft en sprake is van zogenaamde "ernstige bezwaren" (er zijn bijvoorbeeld meerdere belastende verklaringen tegen de verdachte), is de kans groot dat de officier van justitie het wenselijk vindt dat de verdachte langer moet blijven vastzitten. De rechter-commissaris moet daarover vervolgens een beslissing nemen. De verdachte wordt dan voorgeleid aan de rechter-commissaris.

Voorafgaand aan de voorgeleiding aan de rechter-commissaris krijgt de advocaat het strafdossier. Na bestudering hiervan bespreekt hij zijn bevindingen met de verdachte. Vervolgens vindt de voorgeleiding plaats. Tijdens de voorgeleiding bespreekt de rechter-commissaris het strafdossier met de verdachte en worden vragen gesteld. De advocaat krijgt de gelegenheid zijn cliënt te verdedigen.

De rechter-commissaris bepaalt of de verdachte al dan niet in bewaring wordt gesteld. Beveelt de rechter-commissaris de inbewaringstelling, dan betekent dit dat de verdachte voor maximaal veertien dagen in voorarrest dient te blijven.

opschorting inbewaringstelling

Nadat de rechter-commissaris de inbewaringstelling heeft bevolen, bestaat de mogelijkheid dat de de rechter-commissaris op verzoek van de verdachte of zijn advocaat de inbewaringstelling kan opschorten. Opschorting impliceert dat de verdachte onder voorwaarden op vrije voeten wordt gesteld. Deze voorwaarden houden in het algemeen onder meer in dat:

  • de verdachte zich niet schuldig mag maken aan een strafbaar feit;
  • de verdachte zijn medewerking moet verlenen aan een eventueel nader verhoor;
  • voor zover de verdachte in de zaak een dagvaarding gaat ontvangen, hij op de terechtzitting moet verschijnen.

Een opschorting is in het algemeen alleen aan de orde indien de persoonlijke belangen van de verdachte zwaarder wegen dan het belang van de maatschappij de verdachte langer vast te houden. Denk hierbij aan verlies van werk (ontslag bij langere detentie) of aan omstandigheden van persoonlijke aard (slechte gezondheid, zorg voor het gezin). Natuurlijk moet de aard van het feit van de verdenking het wel toelaten dat de inbewaringstelling wordt opgeschort.

Overtreedt de verdachte één van de opgelegde voorwaarden, dan is de kans groot dat de opschorting wordt opgeheven en de verdachte alsnog inbewaring wordt gesteld.

Tegen de beslissing van de rechter-commissaris tot inbewaringstelling van de verdachte, is geen hoger beroep mogelijk.

gevangenhouding

Tegen het einde van de termijn van de inbewaringstelling moet worden beslist of de verdachte al dan niet nog langer van zijn vrijheid beroofd moet blijven. Mocht de officier van justitie deze mening zijn toegedaan, dan zal de officier een verzoek tot gevangenhouding indienen. De raadkamer van de rechtbank bepaalt of tegen de verdachte een bevel tot gevangenhouding wordt afgegeven.

De raadkamer bestaat in het algemeen uit drie rechters. De raadkamer heeft de mogelijkheid het voorarrest te verlengen met dertig, zestig of negentig dagen. Tijdens de raadkamerzitting krijgt de advocaat van de verdachte de gelegenheid om zijn visie te geven over het verzoek tot gevangenhouding. Mocht de raadkamer de gevangenhouding bevelen, dan bestaat voor de verdachte de mogelijk om tegen dit bevel in hoger beroep te komen.

schorsing gevangenhouding

De raadkamer kan ook overgaan tot schorsing van de gevangenhouding (op dezelfde gronden als hiervoor aangegeven met betrekking tot de opschorting van de inbewaringstelling).  Mocht de raadkamer een verzoek tot schorsing afwijzen, dan kan de verdachte tegen deze beslissing in hoger beroep gaan.

verlenging gevangenhouding

Afhankelijk van de stand van zaken van het onderzoek, dan wel de ernst van het feit waarvan de verdachte wordt verdacht, kan de gevangenhouding door de raadkamer worden verlengd. Indien de verdachte zich in voorarrest bevindt, dient de strafzaak wel binnen 104 dagen, te rekenen vanaf de datum van inbewaringstelling, door de officier van justitie ter terechtzitting worden gebracht.

zitting rechtbank

De rechtbank (de politierechter in lichtere zaken en de meervoudige kamer in zwaardere zaken) moet uiteindelijk beslissen of het feit waarvan de verdachte wordt verdacht al dan niet bewezen kan worden verklaard. Acht de rechtbank het feit bewezen en de verdachte schuldig, dan kan aan de verdachte een straf en/of maatregel worden opgelegd. 

Mocht de verdachte na zijn aanhouding of tijdens het voorarrest op vrije voeten worden gesteld, dan betekent dit niet dat hiermee de strafzaak is afgesloten. De verdachte kan nog steeds worden gedagvaard om voor de rechtbank te verschijnen.

mr. Jeroen van der Linden

Laatst bijgewerkt: 15/09/14

mr. Jeroen van der Linden

Mr. J.M. van der Linden studeerde civiel recht en strafrecht aan de Universiteit van Leiden. Sinds 2003 is hij advocaat bij In 't Veen Advocaten. Hij treedt veelvuldig op in schuldsaneringszaken (eindzitting, tussentijdse zitting/tussentijdse beëindiging, schone lei). Voorts treeds hij veel op voor cliënten in lichte en zware strafzaken. Van der Linden is aspirant lid van de Haagse Vereniging van Jeugdrechtadvocaten.Hij ondersteune gedurende twee jaar de Rechtswinkel te Alphen aan den Rijn e.o. en geeft advies aan studenten bij de Leidse Kinderrechtswinkel.

Op de inhoud van deze pagina en op het gebruik van deze website zijn algemene voorwaarden van toepassing.

Doorzoek de site

Publicaties van mr. Jeroen van der Linden



Bewindvoerder nalatig door aanvraag beschermingsbewind niet “nauwgezet te monitoren”
Toch (onder omstandigheden) een 'schone lei' indien de bewindvoerder tekortschiet in zijn verplichting te monitoren of, zoals door de rechtbank geïnstrueerd, de schuldenaar beschermingsbewind heeft aangevraagd.

Vergeten boodschappen af te rekenen: winkeldiefstal of niet?
Per ongeluk boodschappen niet afgerekend; maakt iemand dat een winkeldief? Moet een toegezonden strafbeschikking worden betaald?

Het beklagrecht voor gedetineerden
Een gedetineerde heeft binnen een penitentiaire inrichting (huis van bewaring en gevangenis) het recht in beklag te gaan tegen een beslissing die de directeur van de inrichting tegen hem heeft genomen.

Het vereiste van de goede trouw om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling
Wat houdt het begrip 'te goeder trouw' in bij de vraag of iemand kan worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling?

De sollicitatieplicht in de wettelijke schuldsaneringsregeling
Welke regels gelden voor de sollicitatieplicht in de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp)?

Is verlenging mogelijk na einde van de schuldsaneringstermijn?
Hoge Raad: de beslissing de termijn van de wettelijke schuldsaneringsregeling te verlengen, kan ook nog worden genomen na het moment waarop de termijn van drie jaar van de schuldsaneringsregeling afloopt.

Het inlopen van een boedelachterstand in de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP)
De schuldenaar is verplicht gedurende de looptijd van de wettelijke schuldsaneringsregeling iedere maand al zijn inkomsten boven het “vrij te laten bedrag” over te maken op de boedelrekening. Dit wordt de maandelijkse “boedelafdracht” genoemd.

Ontnemingsvordering in het strafrecht
De officier van justitie kan een ontnemingsvordering bij de rechter indienen wanneer hij iemand ervan verdenkt een strafbaar feit te hebben gepleegd waarbij geldelijk gewin is behaald.

Meer...