In 't Veen Advocaten
.
.
.
.
.
.
.

Verrekening kosten van de woning na beëindiging samenleving

Het aantal ongehuwd samenwonenden in Nederland stijgt. Ook als er geen sprake is van een formele relatie (huwelijk of geregistreerd partnerschap) zijn er echter juridische gevolgen aan de verbreking van de samenleving verbonden.

De verbreking van de samenleving heeft (doorgaans) andere juridische gevolgen tussen de partners dan de beëindiging van het huwelijk of geregistreerd partnerschap. Zo bestaat er tussen ongehuwd samenwonenden niet van rechtswege een wettelijke gemeenschap van goederen, wordt tussen de partners niet van rechtswege voorzien in de kosten van de huishouding en bestaat er na de beëindiging van de samenleving niet van rechtswege een recht op partneralimentatie. Een samenlevingsovereenkomst kan deze gevolgen alsnog regelen. In veel gevallen ontbreekt echter een samenlevingsovereenkomst of regelt de samenlevingsovereenkomst (achteraf bezien) niet alles wat nodig is.

In dit artikel staat een uitspraak van de Hoge Raad van 8 juni 2012 centraal, waarin een in de praktijk regelmatig terugkerend geschil aan de Hoge Raad is voorgelegd.

In de zaak die heeft geleid tot deze uitspraak van de Hoge Raad zijn partijen gaan samenwonen zonder een samenlevingsovereenkomst op te maken. Vervolgens hebben zij samen een huis gekocht. Tijdens de aankoop van de woning werkten beide partijen, maar na de geboorte van het tweede kind is de vrouw gestopt met werken. Waar partijen eerst ieder de helft van de woonlasten (o.a. de hypotheekrente) betaalden, heeft de vrouw, nadat zij is gestopt met werken, hier niet langer aan bijgedragen. Na de beëindiging van de samenleving vorderde de man dat de vrouw de helft van alle kosten van de woning aan hem zou vergoeden, voor de periode dat zij hierin niet had bijgedragen.

zonder samenlevingsovereenkomst

Als samenlevers een woning kopen, ontstaat een eenvoudige gemeenschap in de zin van artikel 3:166 van het Burgerlijk Wetboek. Uitgangspunt van voornoemd artikel is dat de aandelen van beide eigenaren gelijk zijn (ieder is voor de onverdeelde helft eigenaar). Dit brengt mee dat ieder ook recht heeft op de helft van de waarde van de woning. Wat betreft de kosten die verband houden met de woning, moeten beide eigenaren ieder – conform hun aandeel – daarin bijdragen, als zij daarover niets anders hebben afgesproken.

Gerechtshof Den Haag
In de praktijk gebeurt het echter regelmatig dat één van partijen na de geboorte van de kinderen parttime gaat werken of in het geheel stopt, waarna de andere partner de gehele of het grootste deel van de kosten van de woning voor zijn of haar rekening neemt. In de zaak die heeft geleid tot de uitspraak van de Hoge Raad van 8 juni 2012 stelde het Gerechtshof Den Haag de man in het gelijk. Het gerechtshof oordeelde dat partijen ieder voor de helft moesten meedelen in de kosten van de hypotheekrente, ook voor de periode dat de vrouw was gestopt met werken. Dit leidde het gerechtshof af uit de externe verhouding van partijen naar de bank: beiden waren voor de helft eigenaar en moesten dus voor de helft bijdragen in de hypotheeklasten. Volgens het gerechtshof was deze gelijke draagplicht niet gewijzigd doordat de vrouw was gestopt met werken. De keuze om te stoppen met werken en geen nadere schriftelijke afspraken daarover te maken met de man kwam, zo oordeelde het gerechtshof, uitsluitend voor rekening en risico van de vrouw.

Hoge Raad
De Hoge Raad oordeelde dat in gevallen als deze aan de hand van de zogenaamde Haviltex-maatstaf beoordeeld moet worden of tussen partijen bepaalde afspraken zijn gemaakt en zo ja, welke inhoud die afspraken hebben. Hierbij zijn alle omstandigheden van belang en kunnen ook de feitelijke handelingen van partijen worden meegewogen.

Volgens de Hoge Raad had het gerechtshof in dit geval niet kenbaar aandacht besteed aan het verweer van de vrouw dat beide partijen zich altijd in overeenstemming hadden gedragen met de door hen – zo stelde de vrouw – stilzwijgend gemaakte afspraken, de financiële verwevenheid van partijen en de taakverdeling binnen het gezin. Afspraken kunnen immers niet alleen stilzwijgend tot stand komen, maar ook stilzwijgend worden gewijzigd. Uit het gedrag van partijen kan blijken dat een bepaalde afspraak in de loop der tijd is veranderd. Daarbij bestaat tussen partners in een langdurige samenlevingsrelatie in gezinsverband vaak een verdeling van taken en lasten, die niet alleen de financiën betreft maar ook andere aspecten omvat, zoals een verdeling van de verschillende zorgtaken. Wanneer na de verbreking van de samenleving moet worden verdeeld en verrekend, dan zal (mede) aan het handelen van de partners betekenis moeten worden toegekend om te bepalen wat de bedoeling was van partijen. Nu het gerechtshof hier niet kenbaar aandacht aan had besteed, heeft de Hoge Raad het bestreden arrest vernietigd.

Deze uitspraak van de Hoge Raad betekent niet dat in zaken als deze altijd als uitgangspunt moet worden genomen dat sprake is van stilzwijgende afspraken op grond waarvan in beginsel geen betalingsverplichting kan worden aangenomen. Dit zal steeds beoordeeld moeten worden aan de hand van alle omstandigheden van het geval, waaronder het feitelijk handelen van partijen.

met samenlevingsovereenkomst

Als samenlevers een samenlevingsovereenkomst hebben, is de inhoud van de samenlevingsovereenkomst leidend. Het is dus van belang dat de bedoeling van partijen op een correcte wijze in de samenlevingsovereenkomst wordt vastgelegd. Vaak wordt tussen partijen afgesproken dat de kosten van de huishouding naar evenredigheid van het inkomen van partijen wordt gedragen. Als één van de partners dus parttime gaat werken, hoeft hij of zij op basis van de samenlevingsovereenkomst minder bij te dragen in de kosten van de huishouding. Onder de kosten van de huishouding wordt meestal ook de hypotheekrente gekwalificeerd. Ook hier ontstaan echter veelvuldig problemen vanwege een onduidelijk opgestelde overeenkomst. Want wat wordt er tussen deze partners bedoeld met de kosten van de huishouding? En wat wordt er bedoeld met inkomen? Het is derhalve van belang dat de afspraken helder worden vastgelegd.

Samenlevers kiezen vaak bewust voor een niet-formele samenlevingsvorm, vanwege bijvoorbeeld de verplichting tot het betalen van partneralimentatie en de wettelijke gemeenschap van goederen bij een huwelijk of geregistreerd partnerschap. De hier behandelde uitspraak van de Hoge Raad laat zien dat een beëindiging van de samenleving in de praktijk ook problemen kan opleveren, juist omdat er vaak niets tot weinig tussen de voormalige partners is geregeld.

mr. Stephanie Veltkamp

Laatst bijgewerkt: 22/03/17

mr. Stephanie Veltkamp

Mr. S.J. Veltkamp studeerde Nederlands recht aan de Universiteit Utrecht en is sinds 2016 verbonden aan In 't Veen Advocaten. Zij houdt zich met name bezig met het personen- en familierecht, het verbintenissenrecht en het huurrecht.

Op de inhoud van deze pagina en op het gebruik van deze website zijn algemene voorwaarden van toepassing.

Doorzoek de site

Publicaties van mr. Stephanie Veltkamp



Geplande werkzaamheden aan een huurwoning: is de huurder verplicht medewerking te verlenen?
Wanneer moet de huurder van woonruimte meewerken aan werkzaamheden die de verhuurder aan de woning wil uitvoeren?

Verrekening kosten van de woning na beëindiging samenleving
Voor samenwoners is het van belang dat de afspraken die zij maken over bijvoorbeeld de verdeling van kosten, helder vast te leggen, om zo verrassingen achteraf te voorkomen.

Gebreken aan de huurwoning: de verplichtingen van de verhuurder
Wat zijn de verplichtingen van de verhuurder bij een gebrek aan de huurwoning? Wat kan de huurder doen indien de verhuurder deze verplichtingen niet nakomt?

Nakoming omgangsregeling onder dwang
Indien de verzorgende ouder een omgangsregeling niet nakomt, kunnen, met tussenkomst van de rechter, diverse (dwang)middelen tot nakoming worden opgelegd.