In 't Veen Advocaten
.
.
.
.
.
.
.

Verloop strafzaak voor de strafrechter

Wanneer de verdachte voor de strafrechter moet verschijnen, ontvangt hij een dagvaarding van de  officier van justitie. In deze dagvaarding staat opgenomen van welk strafbaar feit de verdachte wordt verdacht en voor welke strafrechter de verdachte zich moet verantwoorden.

Betreft de verdenking een overtreding (lichte delicten), dan zal de kantonrechter de zaak behandelen. De politierechter buigt zich over eenvoudige misdrijven (delicten waar maximaal niet meer dan een jaar gevangenisstraf op staat) en de meervoudige strafkamer van de rechtbank (die bestaat uit drie rechters) behandelt 'zwaardere' strafbare feiten (bv. moord/doodslag, drugshandel en zedenzaken). 

rechtsbijstand in strafzaak

Hoewel het niet verplicht is bij strafzaken een strafadvocaat in de arm te nemen, adviseert In 't Veen Advocaten dit wel. Immers, de strafadvocaat is deskundig, verdedigt de verdachte en komt op voor zijn belangen ter terechtzitting. 

Indien de verdachte in voorarrest zit, krijgt deze altijd vanuit de Staat een strafadvocaat toegewezen. Met de vrijheid van advocaatkeuze kan de verdachte steeds om een andere advocaat verzoeken. 

voorbereiding strafzaak

Na bestudering van het strafdossier, bespreekt de strafadvocaat met de verdachte hoe hij de strafzaak ter terechtzitting wenst aan te pakken. Daarbij zal de strafadvocaat een inschatting maken of het strafbare feit waarvan de verdachte wordt verdacht al dan niet bewezen kan worden verklaard. Mocht bewezenverklaring volgen, bepreekt de strafadvocaat met welke straf de verdachte rekening moet houden.  
 
Het is mogelijk dat de officier van justitie getuigen en/of deskundigen oproept om ter terechtzitting te verschijnen. In dat geval staat dat aangegeven op de dagvaarding. Ook de verdachte kan getuigen en/of deskundigen meenemen naar de terechtzitting of laten oproepen door de officier van justitie. De strafadvocaat van de verdachte zal bijvoorbeeld de officier van justitie verzoeken een getuige op te roepen, indien niet zeker is of de getuige vrijwillig ter terechtzitting zal verschijnen. De officier van justitie is echter niet verplicht hieraan gehoor te geven. Ter terechtzitting kan de strafadvocaat de strafrechter dan alsnog verzoeken de door de verdediging gewenste getuige(n) en/of deskundige(n) te laten oproepen.

Indien de verdachte die zich niet in voorarrest bevindt, niet op de zitting aanwezig kan zijn, kan de strafadvocaat de strafrechter verzoeken de behandeling van de strafzaak uit te stellen. Dit verzoek moet goed onderbouwd zijn. De strafrechter is niet verplicht het uitstelverzoek te honoreren. Indien het uitstelverzoek wordt afgewezen, dan gaat de terechtzitting gewoon door, met of zonder de verdachte en de advocaat.

Een andere optie kan zijn dat de verdachte die niet ter terechtzitting aanwezig kan zijn, zijn strafadvocaat machtigt om namens hem ter terechtzitting het woord te voeren. In dat geval kan de behandeling van de strafzaak gewoon doorgang vinden. 

het onderzoek ter terechtzitting bij een strafzaak

Nadat de zaak is uitgeroepen en de verdachte de zittingszaal heeft betreden, controleert de strafrechter de personalia van de verdachte. Vervolgens deelt de strafrechter aan de verdachte mede dat deze goed op moet letten en dat deze het recht heeft te zwijgen en dus niet verplicht is vragen te beantwoorden.

Vervolgens houdt de officier van justitie aan de verdachte voor van welk strafbaar feit, althans van welke strafbare feiten, deze wordt verdacht.

Voor zover een of meerdere getuigen of deskundigen worden gehoord, zal de rechter het moment bepalen waarop dit verhoor zal plaatsvinden.

Allereerst zal de strafrechter aan de hand van het strafdossier de verdachte horen. Zoals al aangegeven, heeft de verdachte het recht te zwijgen. Hij is dus niet verplicht op de vragen van de strafrechter antwoord te geven. Evenmin is hij verplicht de waarheid te verklaren. Voor een getuige ligt dat anders: die is wel verplicht de waarheid te verklaren.

De strafrechter zal niet alleen vragen stellen over het feit waarvan de verdachte verdacht wordt. De strafrechter zal ook vragen stellen over de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Heeft hij werk? Is hij gehuwd? Nadat de strafrechter klaar is met het stellen van vragen, zullen de officier van justitie en de advocaat in de gelegenheid worden gesteld vragen aan de verdachte te stellen. Dezelfde volgorde van ondervragen (strafrechter, officier van justitie, strafadvocaat) hanteert men ook indien een of meerdere getuigen of deskundigen worden gehoord.

requisitoir

Indien de strafrechter vindt dat hij genoeg is voorgelicht, zal deze de officier van justitie het woord geven voor het "requisitoir". Dit is het betoog van de officier van justitie waarin deze de eis tegen de verdachte formuleert. Indien de officier van justitie van mening is dat het strafbare feit waarvan de verdachte wordt verdacht bewezen kan worden verklaard, dan zal de officier van justitie in het algemeen een straf eisen. Mocht de strafrechter tot een bewezenverklaring komen van het strafbare feit, dan is deze niet gebonden aan de eis van de officier van justitie.

pleidooi

Na afloop van het requisitoir stelt de strafrechter de strafadvocaat in de gelegenheid het pleidooi te houden. In dit pleidooi brengt de strafadvocaat alles naar voren dat in het belang is van de verdediging van de verdachte. De officier van justitie mag op het pleidooi van de strafadvocaat reageren ("repliek"),  waarop de strafadvocaat nog een keer mag reageren ("dupliek"). 

laatste woord

Ten slotte heeft de verdachte het laatste woord. De verdachte is niet verplicht van die gelegenheid gebruik te maken. In het algemeen zullen de strafadvocaat en de verdachte van tevoren hebben besproken of een laatste woord wenselijk is en zo ja, met welke inhoud. 

uitspraak

Als de strafzaak is voorgelegd aan de kantonrechter of de politierechter, dan zal deze in het algemeen onmiddellijk na het laatste woord van de verdachte uitspraak doen. Indien de strafzaak is voorgelegd aan de meervoudige strafkamer, zal deze in het algemeen veertien dagen later uitspraak doen.

hoger beroep van een uitspraak van een strafzaak

Indien de verdachte het niet eens is met de beslissing van de strafrechter, dan heeft de verdachte  het recht bij het gerechtshof in hoger beroep te gaan. Het hoger beroep moet binnen veertien dagen na de uitspraak worden ingesteld.

mr. Jeroen van der Linden

Laatst bijgewerkt: 27/08/14

mr. Jeroen van der Linden

Mr. J.M. van der Linden studeerde civiel recht en strafrecht aan de Universiteit van Leiden. Sinds 2003 is hij advocaat bij In 't Veen Advocaten. Hij treedt veelvuldig op in schuldsaneringszaken (eindzitting, tussentijdse zitting/tussentijdse beëindiging, schone lei). Voorts treeds hij veel op voor cliënten in lichte en zware strafzaken. Van der Linden is aspirant lid van de Haagse Vereniging van Jeugdrechtadvocaten.Hij ondersteune gedurende twee jaar de Rechtswinkel te Alphen aan den Rijn e.o. en geeft advies aan studenten bij de Leidse Kinderrechtswinkel.

Op de inhoud van deze pagina en op het gebruik van deze website zijn algemene voorwaarden van toepassing.

Doorzoek de site

Publicaties van mr. Jeroen van der Linden



Bewindvoerder nalatig door aanvraag beschermingsbewind niet “nauwgezet te monitoren”
Toch (onder omstandigheden) een 'schone lei' indien de bewindvoerder tekortschiet in zijn verplichting te monitoren of, zoals door de rechtbank geïnstrueerd, de schuldenaar beschermingsbewind heeft aangevraagd.

Vergeten boodschappen af te rekenen: winkeldiefstal of niet?
Per ongeluk boodschappen niet afgerekend; maakt iemand dat een winkeldief? Moet een toegezonden strafbeschikking worden betaald?

Het beklagrecht voor gedetineerden
Een gedetineerde heeft binnen een penitentiaire inrichting (huis van bewaring en gevangenis) het recht in beklag te gaan tegen een beslissing die de directeur van de inrichting tegen hem heeft genomen.

Het vereiste van de goede trouw om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling
Wat houdt het begrip 'te goeder trouw' in bij de vraag of iemand kan worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling?

De sollicitatieplicht in de wettelijke schuldsaneringsregeling
Welke regels gelden voor de sollicitatieplicht in de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp)?

Is verlenging mogelijk na einde van de schuldsaneringstermijn?
Hoge Raad: de beslissing de termijn van de wettelijke schuldsaneringsregeling te verlengen, kan ook nog worden genomen na het moment waarop de termijn van drie jaar van de schuldsaneringsregeling afloopt.

Het inlopen van een boedelachterstand in de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP)
De schuldenaar is verplicht gedurende de looptijd van de wettelijke schuldsaneringsregeling iedere maand al zijn inkomsten boven het “vrij te laten bedrag” over te maken op de boedelrekening. Dit wordt de maandelijkse “boedelafdracht” genoemd.

Ontnemingsvordering in het strafrecht
De officier van justitie kan een ontnemingsvordering bij de rechter indienen wanneer hij iemand ervan verdenkt een strafbaar feit te hebben gepleegd waarbij geldelijk gewin is behaald.

Meer...