In 't Veen Advocaten
.
.
.
.
.
.
.

Schadevergoeding slachtoffer

Een slachtoffer van een strafbaar feit kan bij de behandeling van de strafzaak ter terechtzitting aan de strafrechter verzoeken om aan hem, ten laste van de verdachte, een schadevergoeding toe te kennen. 

In een strafprocedure spelen twee partijen een hoofdrol: de officier van justitie en de verdachte. Het slachtoffer kan zich als benadeelde partij voegen in een strafzaak. Dit houdt in dat het slachtoffer een civiele schadevordering (een vordering die eigenlijk door de burgerlijke rechter moet worden afgedaan) indient bij de strafrechter met het verzoek aan hem/haar een schadevergoeding toe te kennen. 

Een wetswijziging die per 1 januari 2011 inging, verruimt de voegingsmogelijkheden voor de benadeelde partij.

versterking positie benadeelde

Voorheen beoordeelde de strafrechter de schadevordering aan de hand van het criterium of de vordering eenvoudig van aard was. Eenvoudig van aard houdt in:

  • dat de vordering eenvoudig moet kunnen worden vastgesteld (men verwacht bijvoorbeeld geen toekomstschade);
  • dat de vordering voldoende onderbouwd moet worden met bewijsstukken. 

Als men de vordering gemotiveerd betwistte of er was nadere actie vereist om de schade toe te lichten, bijvoorbeeld door een deskundige, werd de vordering al snel als "niet eenvoudig van aard" bestempeld.

De Wet ter versterking van de positie van het slachtoffer verving per 1 januari 2011 dit criterium met een ander.

Het nieuwe criterium luidt dat de behandeling van de vordering van de benadeelde partij geen “onevenredige belasting van de strafrechtelijke procedure” mag opleveren. Dit houdt in dat de mogelijkheden voor de strafrechter om de vordering te kunnen beoordelen, verruimd zijn. Dit met name doordat er meer tijd tijdens de zitting aan de vordering kan worden besteed. Het horen van een deskundige mag nu geen reden meer zijn om de benadeelde "niet-ontvankelijk" (niet vatbaar voor berechting) in zijn vordering te verklaren. Een nog niet in zijn geheel begrote schade mag desnoods door middel van een schatting worden bepaald.

De bestede tijd aan de behandeling van de vordering tijdens de zitting moet natuurlijk wel in verhouding staan met de behandeling van de strafzaak zelf. Met andere woorden: deze mag niet onevenredig zijn.

Vóór 1 januari 2011 werden schadevergoedingen die door de strafrechter werden opgelegd, met name bij maatregel opgelegd. Dit houdt in dat de overheid het bedrag via het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) bij de veroordeelde moest zien te incasseren, waarna dit naar de benadeelde partij werd doorbetaald. Dit resulteerde er vaak in dat de benadeelde partij niet of voor een gedeelte zijn of haar schadevergoeding ontving, omdat de veroordeelde geen financiële middelen had om de schadevergoeding (volledig) te voldoen. De benadeelde partij ontvangt met de nieuwe regeling zijn of haar schadevergoeding, als de strafrechter deze toekent, bij voorschot van de overheid. Dit voorschot kan maximaal EUR 5.000 bedragen en wordt pas acht maanden na het onherroepelijk worden van de uitspraak uitbetaald. De overheid (CJIB) verhaalt dan bij de veroordeelde het aan de benadeelde uitbetaalde bedrag.

De genoemde voorschotregeling geldt alleen voor een benadeelde partij die slachtoffer is geworden van een geweld- of zedenmisdrijf. Vanaf 1 januari 2016 zal de voorschotregeling ook voor de overige misdrijven in werking treden.  

verhaal bij minderjarige verdachten

Met de wetswijziging kan de benadeelde in een strafprocedure zijn vordering jegens de ouders van de minderjarige verdachte aanbrengen. De minderjarige verdachte moet dan wel jonger dan veertien jaar zijn. Dit betekent een verruiming van de mogelijkheden van benadeelde partijen. Verhaal op de ouders geeft immers meer mogelijkheden.

informatieverstrekking benadeelde partij

De genoemde wetswijziging verruimt de informatieverstrekking aan de benadeelde partij aanzienlijk. Benadeelden ontvangen nu van de politie bericht over de status van hun aangifte. Ook worden ze op de hoogte gehouden van het al dan niet opsturen van het proces-verbaal naar de officier van justitie en wanneer een veroordeelde weer op vrije voeten komt. De nieuwe regeling kent ook een recht op kennisname van de processtukken toe. De officier kan daaraan in het belang van de zaak wel restricties verbinden. Als de officier besluit dat de benadeelde geen afschrift van het proces-verbaal kan ontvangen, omdat dit bijvoorbeeld in het belang van het onderzoek of het algemeen belang is, kan de benadeelde hiertegen een bezwaarschrift indienen bij de rechtbank waar de zaak zal dienen.

eigen schuld benadeelde

Naast deze regelingen ter versterking van de positie van de benadeelde in een strafprocedure, zijn er ook ontwikkelingen gaande die er juist voor zorgen dat een benadeelde zijn of haar claim niet of slechts gedeeltelijk toegewezen krijgt. Als de benadeelde zelf heeft bijgedragen aan het ontstaan van zijn of haar schade (door bijvoorbeeld een vechtpartij uit te lokken), zal de rechter diens vordering, ook al is deze goed onderbouwd en levert de vordering geen onevenredige belasting van de strafprocedure op, toch geheel of gedeeltelijk kunnen afwijzen. Dit is zo bepaald door de Rechtbank te Haarlem in diens uitspraak van 29 april 2010 (zie punt 8).

mr. Jeroen van der Linden

Laatst bijgewerkt: 28/09/14

mr. Jeroen van der Linden

Mr. J.M. van der Linden studeerde civiel recht en strafrecht aan de Universiteit van Leiden. Sinds 2003 is hij advocaat bij In 't Veen Advocaten. Hij treedt veelvuldig op in schuldsaneringszaken (eindzitting, tussentijdse zitting/tussentijdse beëindiging, schone lei). Voorts treeds hij veel op voor cliënten in lichte en zware strafzaken. Van der Linden is aspirant lid van de Haagse Vereniging van Jeugdrechtadvocaten.Hij ondersteune gedurende twee jaar de Rechtswinkel te Alphen aan den Rijn e.o. en geeft advies aan studenten bij de Leidse Kinderrechtswinkel.

Op de inhoud van deze pagina en op het gebruik van deze website zijn algemene voorwaarden van toepassing.

Doorzoek de site

Publicaties van mr. Jeroen van der Linden



Bewindvoerder nalatig door aanvraag beschermingsbewind niet “nauwgezet te monitoren”
Toch (onder omstandigheden) een 'schone lei' indien de bewindvoerder tekortschiet in zijn verplichting te monitoren of, zoals door de rechtbank geïnstrueerd, de schuldenaar beschermingsbewind heeft aangevraagd.

Vergeten boodschappen af te rekenen: winkeldiefstal of niet?
Per ongeluk boodschappen niet afgerekend; maakt iemand dat een winkeldief? Moet een toegezonden strafbeschikking worden betaald?

Het beklagrecht voor gedetineerden
Een gedetineerde heeft binnen een penitentiaire inrichting (huis van bewaring en gevangenis) het recht in beklag te gaan tegen een beslissing die de directeur van de inrichting tegen hem heeft genomen.

Het vereiste van de goede trouw om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling
Wat houdt het begrip 'te goeder trouw' in bij de vraag of iemand kan worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling?

De sollicitatieplicht in de wettelijke schuldsaneringsregeling
Welke regels gelden voor de sollicitatieplicht in de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp)?

Is verlenging mogelijk na einde van de schuldsaneringstermijn?
Hoge Raad: de beslissing de termijn van de wettelijke schuldsaneringsregeling te verlengen, kan ook nog worden genomen na het moment waarop de termijn van drie jaar van de schuldsaneringsregeling afloopt.

Het inlopen van een boedelachterstand in de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP)
De schuldenaar is verplicht gedurende de looptijd van de wettelijke schuldsaneringsregeling iedere maand al zijn inkomsten boven het “vrij te laten bedrag” over te maken op de boedelrekening. Dit wordt de maandelijkse “boedelafdracht” genoemd.

Ontnemingsvordering in het strafrecht
De officier van justitie kan een ontnemingsvordering bij de rechter indienen wanneer hij iemand ervan verdenkt een strafbaar feit te hebben gepleegd waarbij geldelijk gewin is behaald.

Meer...