In 't Veen Advocaten
.
.
.
.
.
.
.

Schadevergoeding na vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging

Indien een verdachte in een strafzaak wordt vrijgesproken dan wel ontslagen wordt van alle rechtsvervolging, kan de ex-verdachte in aanmerking komen voor een schadevergoeding.

Voorwaarde is wel dat de vrijspraak/ontslag van alle rechtsvervolging onherroepelijk is geworden. Dit wil zeggen: de uitspraak staat definitief vast. Er kan geen rechtsmiddel meer worden ingediend tegen de beslissing tot vrijspraak/ontslag van alle rechtsvervolging. De ex-verdachte moet de door hem gepretendeerde schade wel aannemelijk maken.

Dit artikel legt uit hoe het indienen van een verzoek tot schadevergoeding na vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging in zijn werk gaat.

de procedure ter verkrijging van schadevergoeding

Het verzoek om schadevergoeding moet worden ingediend binnen drie maanden nadat de uitspraak onherroepelijk is geworden. Het verzoek moet worden ingediend door de ex-verdachte of door zijn erfgenamen. De ex-verdachte kan zich hierbij laten bijstaan door een strafadvocaat.

De strafadvocaat stelt het verzoek tot schadevergoeding op. Na akkoord van de ex-verdachte, ondertekent de ex-verdachte het verzoekschrift, waarna de strafadvocaat voor indiening zorgdraagt. Het verzoekschrift moet ingediend worden bij de gerechtelijke instantie die de ex-verdachte heeft vrijgesproken dan wel heeft ontslagen van alle rechtsvervolging. Het is de bedoeling dat de raadkamer van de rechtbank of van het gerechtshof die een oordeel moet geven over het verzoek tot schadevergoeding, zoveel mogelijk bestaat uit rechters die de ex-verdachte hebben vrijgesproken. Zij kennen immers de zaak het beste.

schadeposten die voor vergoeding in aanmerking komen 

Zowel materiële als immateriële schade komt voor vergoeding in aanmerking. In het geval de ex-verdachte gedetineerd is geweest en hij hierdoor bijvoorbeeld zijn baan heeft verloren, kan hij een verzoek indienen om vergoeding van inkomstenderving (materiële schade). Mocht de ex-verdachte door zijn detentie psychische schade hebben opgelopen, dan kan hij verzoeken ook deze schade te vergoeden (immateriële schade).

Wat betreft de vergoeding van immateriële schade, werkt men in de praktijk in het algemeen met standaardtarieven. De ex-verdachte kan, indien er sprake is geweest van een voorarrest, aanspraak maken op een bedrag van EUR 80 voor iedere dag die hij ten onrechte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Voor de ondergane detentie op het politiebureau wordt EUR 105 vergoed.

Verdere kosten die voor vergoeding in aanmerking komen zijn onder meer:

  • de door de ex-verdachte gemaakte reis- en verblijfkosten in verband met het bijwonen van zittingen;
  • de kosten van rechtsbijstand;
  • de kosten voor het opnemen van vrije uren in het geval de ex-verdachte deze heeft moeten opnemen bij zijn werkgever om zittingen bij te kunnen wonen.

Mocht de ex-verdachte zijn overleden, dan kan het verzoek om schadevergoeding worden ingediend door de erfgenamen van de ex-verdachte. Alleen de materiële schade komt dan voor vergoeding in aanmerking. Tenzij de ex-verdachte is overleden na indiening van een verzoek om immateriële schade.

niet per definitie recht op schadevergoeding 

Het kan ook zo zijn dat de ex-verdachte geen recht toekomt op schadevergoeding.  Vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging staat immers niet gelijk aan onschuld. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat de verdachte is vrijgesproken wegens onrechtmatig verkregen bewijs. Dit terwijl er wel reden was aan te nemen dat de ex-verdachte schuldig was. Dan kan dit voor de rechtbank of het gerechtshof een argument zijn geen schadevergoeding toe te kennen. Verder zal in de regel door de rechtbank of het gerechtshof geen schadevergoeding worden toegekend in het geval de ex-verdachte min of meer door eigen toedoen in detentie heeft verkeerd. Mocht de ex-verdachte bijvoorbeeld tot aan de terechtzitting hebben gezwegen, terwijl in het geval hij eerder een verklaring zou hebben afgelegd, hij ook eerder op vrije voeten zou zijn gesteld, dan komt de ex-verdachte geen schadevergoeding toe voor het feit hij ten onrechte in detentie zou hebben verkeerd.

mr. Jeroen van der Linden

Laatst bijgewerkt: 23/08/14

mr. Jeroen van der Linden

Mr. J.M. van der Linden studeerde civiel recht en strafrecht aan de Universiteit van Leiden. Sinds 2003 is hij advocaat bij In 't Veen Advocaten. Hij treedt veelvuldig op in schuldsaneringszaken (eindzitting, tussentijdse zitting/tussentijdse beëindiging, schone lei). Voorts treeds hij veel op voor cliënten in lichte en zware strafzaken. Van der Linden is aspirant lid van de Haagse Vereniging van Jeugdrechtadvocaten.Hij ondersteune gedurende twee jaar de Rechtswinkel te Alphen aan den Rijn e.o. en geeft advies aan studenten bij de Leidse Kinderrechtswinkel.

Op de inhoud van deze pagina en op het gebruik van deze website zijn algemene voorwaarden van toepassing.

Doorzoek de site

Publicaties van mr. Jeroen van der Linden



Bewindvoerder nalatig door aanvraag beschermingsbewind niet “nauwgezet te monitoren”
Toch (onder omstandigheden) een 'schone lei' indien de bewindvoerder tekortschiet in zijn verplichting te monitoren of, zoals door de rechtbank geïnstrueerd, de schuldenaar beschermingsbewind heeft aangevraagd.

Vergeten boodschappen af te rekenen: winkeldiefstal of niet?
Per ongeluk boodschappen niet afgerekend; maakt iemand dat een winkeldief? Moet een toegezonden strafbeschikking worden betaald?

Het beklagrecht voor gedetineerden
Een gedetineerde heeft binnen een penitentiaire inrichting (huis van bewaring en gevangenis) het recht in beklag te gaan tegen een beslissing die de directeur van de inrichting tegen hem heeft genomen.

Het vereiste van de goede trouw om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling
Wat houdt het begrip 'te goeder trouw' in bij de vraag of iemand kan worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling?

De sollicitatieplicht in de wettelijke schuldsaneringsregeling
Welke regels gelden voor de sollicitatieplicht in de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp)?

Is verlenging mogelijk na einde van de schuldsaneringstermijn?
Hoge Raad: de beslissing de termijn van de wettelijke schuldsaneringsregeling te verlengen, kan ook nog worden genomen na het moment waarop de termijn van drie jaar van de schuldsaneringsregeling afloopt.

Het inlopen van een boedelachterstand in de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP)
De schuldenaar is verplicht gedurende de looptijd van de wettelijke schuldsaneringsregeling iedere maand al zijn inkomsten boven het “vrij te laten bedrag” over te maken op de boedelrekening. Dit wordt de maandelijkse “boedelafdracht” genoemd.

Ontnemingsvordering in het strafrecht
De officier van justitie kan een ontnemingsvordering bij de rechter indienen wanneer hij iemand ervan verdenkt een strafbaar feit te hebben gepleegd waarbij geldelijk gewin is behaald.

Meer...