In 't Veen Advocaten
.
.
.
.
.
.
.

Openlijke geweldpleging

Artikel 141 van het Wetboek van Strafrecht stelt openlijke geweldpleging strafbaar. Iemand maakt zich schuldig aan openlijke geweldpleging indien er sprake is van het plegen van geweld tegen personen en/of goederen, waarbij het geweld openlijk moet zijn verricht en het geweld in vereniging is begaan.

Dit artikel behandelt stap voor stap deze eisen voor openlijke geweldpleging. Indien niet aan deze eisen is voldaan, is geen sprake van openlijke geweldpleging.

plegen van geweld

In algemene zin spreekt men van het plegen van geweld indien men fysieke kracht aanwendt tegen personen of goederen wat de openbare orde verstoort. Daarbij is het niet noodzakelijk dat personen letsel oplopen of goederen beschadigd raken. Voorbeelden van het aanwenden van fysieke kracht zijn onder andere:

  • het slaan en/of schoppen van een persoon;
  • het gooien van stenen naar een persoon (waarbij het om het even is of die persoon geraakt wordt);
  • het bespugen en hinderlijk opdringen tegen een persoon;
  • het bekladden van een muurtje;
  • het plaatsen van graffiti op een trein

openlijk

Het geweld moet openlijk zijn gepleegd. Dit houdt in dat men heet geweld moet plegen op een plek waar in de regel publiek aanwezig is. Het is echter niet noodzakelijk dat daadwerkelijk publiek aanwezig is. 

in vereniging

Tenslotte moet het gepleegde geweld in vereniging zijn begaan. Hieronder verstaat men dat geweld wordt gepleegd tegen een persoon en/of een goed waarbij meerdere daders (twee of meer) betrokken zijn. Tussen de daders moet sprake zijn van een bewuste samenwerking. Dit houdt in dat alle daders met opzet samenwerken tot het verrichten van openlijke geweldpleging. De dader moet aan die samenwerking een voldoende significante bijdrage hebben geleverd. Deze bijdrage hoeft echter niet van gewelddadige aard te zijn geweest. Niet gewelddadige handelingen zijn onder andere: het bevorderen of het behulpzaam zijn bij geweldpleging door aanmoedigingen te joelen, iemand toe te schreeuwen of door spullen aan te geven waarmee het geweld wordt gepleegd. Dit impliceert dat enkel het enkele aanwezig zijn in een groep die openlijk geweld pleegt onvoldoende is om als dader van openlijke geweldpleging te kunnen worden bestempeld. De vaak gehoorde kreet: "Ik was erbij, dus ik ben erbij.", gaat dus niet op.

verdacht van openlijke geweldpleging

Wanneer een verdachte van openlijke geweldpleging  bij de officier van justitie of voor de strafrechter moet verschijnen, is het raadzaam een advocaat in de arm te nemen. Bij openlijke geweldpleging leggen in de regel verschillende personen verklaringen af. Denk hierbij aan het slachtoffer, getuigen en medeverdachten. De kans is groot dat niet alle afgelegde verklaringen gelijkluidend zijn. Twee getuigen en/of medeverdachten kunnen verklaren dat de verdachte het slachtoffer in groepsverband sloeg. Dit terwijl drie andere getuigen en/of medeverdachten verklaren dat de verdachte niets deed. De advocaat houdt dan de afgelegde verklaringen tegen het licht. Hij toetst deze verklaringen op betrouwbaarheid en houdt zijn bevindingen aan de rechter voor. Het resultaat van dit alles kan zijn dat er onvoldoende bewijs voor handen is om tot een bewezenverklaring te komen met als gevolg dat de verdachte wordt vrijgesproken. 

mr. Jeroen van der Linden

Laatst bijgewerkt: 30/08/14

mr. Jeroen van der Linden

Mr. J.M. van der Linden studeerde civiel recht en strafrecht aan de Universiteit van Leiden. Sinds 2003 is hij advocaat bij In 't Veen Advocaten. Hij treedt veelvuldig op in schuldsaneringszaken (eindzitting, tussentijdse zitting/tussentijdse beëindiging, schone lei). Voorts treeds hij veel op voor cliënten in lichte en zware strafzaken. Van der Linden is aspirant lid van de Haagse Vereniging van Jeugdrechtadvocaten.Hij ondersteune gedurende twee jaar de Rechtswinkel te Alphen aan den Rijn e.o. en geeft advies aan studenten bij de Leidse Kinderrechtswinkel.

Op de inhoud van deze pagina en op het gebruik van deze website zijn algemene voorwaarden van toepassing.

Doorzoek de site

Publicaties van mr. Jeroen van der Linden



Bewindvoerder nalatig door aanvraag beschermingsbewind niet “nauwgezet te monitoren”
Toch (onder omstandigheden) een 'schone lei' indien de bewindvoerder tekortschiet in zijn verplichting te monitoren of, zoals door de rechtbank geïnstrueerd, de schuldenaar beschermingsbewind heeft aangevraagd.

Vergeten boodschappen af te rekenen: winkeldiefstal of niet?
Per ongeluk boodschappen niet afgerekend; maakt iemand dat een winkeldief? Moet een toegezonden strafbeschikking worden betaald?

Het beklagrecht voor gedetineerden
Een gedetineerde heeft binnen een penitentiaire inrichting (huis van bewaring en gevangenis) het recht in beklag te gaan tegen een beslissing die de directeur van de inrichting tegen hem heeft genomen.

Het vereiste van de goede trouw om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling
Wat houdt het begrip 'te goeder trouw' in bij de vraag of iemand kan worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling?

De sollicitatieplicht in de wettelijke schuldsaneringsregeling
Welke regels gelden voor de sollicitatieplicht in de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp)?

Is verlenging mogelijk na einde van de schuldsaneringstermijn?
Hoge Raad: de beslissing de termijn van de wettelijke schuldsaneringsregeling te verlengen, kan ook nog worden genomen na het moment waarop de termijn van drie jaar van de schuldsaneringsregeling afloopt.

Het inlopen van een boedelachterstand in de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP)
De schuldenaar is verplicht gedurende de looptijd van de wettelijke schuldsaneringsregeling iedere maand al zijn inkomsten boven het “vrij te laten bedrag” over te maken op de boedelrekening. Dit wordt de maandelijkse “boedelafdracht” genoemd.

Ontnemingsvordering in het strafrecht
De officier van justitie kan een ontnemingsvordering bij de rechter indienen wanneer hij iemand ervan verdenkt een strafbaar feit te hebben gepleegd waarbij geldelijk gewin is behaald.

Meer...