In 't Veen Advocaten
.
.
.
.
.
.
.

Ontnemingsvordering

De officier van justitie kan een ontnemingsvordering bij de rechter indienen wanneer hij iemand ervan verdenkt een strafbaar feit te hebben gepleegd waarbij geldelijk gewin is behaald. 

Via de ontnemingsvordering verzoekt de officier de rechter te bepalen dat de verdachte het financiële voordeel, dat de verdachte volgens de officier van justitie heeft behaald met zijn vermeende criminele activiteiten, terugbetaalt aan de staat. Een officier van justitie kan een ontnemingsvordering indienen indien het financiële voordeel minimaal EUR 500 bedraagt.

mogelijkheden van de rechter bij een ontnemeningsvordering

Uit art. 36e lid 1 van het Wetboek van Strafrecht volgt dat de rechter aan degene die is veroordeeld wegens een strafbaar feit de verplichting kan opleggen tot betaling van een geldbedrag aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

De voorwaarde is een veroordeling wegens een strafbaar feit. In dat geval kan de rechter een geldbedrag vaststellen ter terugbetaling van financieel voordeel.  Het is niet noodzakelijk dat het bewezenverklaarde strafbare feit ook daadwerkelijk financieel voordeel opleverde.  Dit volgt uit art. 36e lid 2 van het Wetboek van Strafrecht:

"De verplichting kan worden opgelegd aan de in het eerste lid bedoelde persoon die voordeel heeft verkregen door middel van of uit de baten van het daar bedoelde strafbare feit of soortgelijke feiten of feiten waarvoor een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd, waaromtrent voldoende aanwijzingen bestaan dat zij door hem zijn begaan."

Zo kan het dus zijn dat een veroordeelde wegens winkeldiefstal financieel voordeel terug moet betalen aan de staat terzake een ander soortgelijk strafbaar feit, bijvoorbeeld pinpasfraude. Voor deze pinpasfraude hoeft de verdachte niet te worden veroordeeld (bijvoorbeeld wegens het ontbreken van bewijs), zo lang maar voldoende aanwijzingen bestaan dat hij wel de pinpasfraude heeft begaan waarmee hij financieel voordeel heeft behaald.

Strafrechtelijk bewijsrecht is niet van toepassing bij de bepaling van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Art. 36e lid 4 Wetboek van Strafrecht bepaalt dat de rechter het bedrag vaststelt waarop het  wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat.  Op deze schatting is het strafrechtelijk bewijsrecht niet van toepassing.  Dit betekent dat voor de rechter geen hard bewijs voor handen hoeft te zijn om tot het oordeel te komen dat wederrechtelijk verkregen voordeel is behaald. Het moet voor de rechter "slechts" aannemelijk zijn dat  financieel voordeel is genoten. Nadat het wederrechtelijk voordeel is geschat, bepaalt de rechter de omvang van het genoten voordeel dat de betrokkene moet betalen.
 
Het schattingsbedrag en het uiteindelijke bedrag dat de betrokkene moet betalen, hoeven niet gelijk te zijn. De rechter kan het te betalen bedrag lager vaststellen indien de betrokkene bijvoorbeeld heeft aangetoond dat hij geen draagkracht heeft en ook niet te verwachten is dat hij in de toekomst draagkracht zal hebben om het volledige geschatte voordeel terug te betalen.

berekening van het genoten voordeel

Bij de berekening van het  genoten voordeel onderzoekt de rechter hoe hoog bijvoorbeeld de omzet en de gemaakte kosten zijn geweest van de betrokkene. Op de omzet worden dan vervolgens de kosten in mindering gebracht waarna het genoten voordeel resteert. De rechter zal zich bij de berekening van het voordeel veelal grotendeels baseren op de conclusies van financieel deskundigen.

Zo kan het dus zo zijn dat bij de bepaling van het voordeel de rechter rekening houdt met de gemaakte kosten van bijvoorbeeld de aanschaf van een pistool.

hoger beroep beslissing wederrechtelijk verkregen voordeel

Tegen de beslissing van de rechtbank die tot het oordeel komt dat betrokkene wederrechtelijk voordeel heeft verkregen, kan betrokkene binnen veertien dagen na de uitspraak hoger beroep aantekenen bij het gerechtshof. Drie hogere rechters buigen zich dan over de ontnemingsvordering.

schikking wederrechtelijk verkregen voordeel

De officier van justitie kan aan de veroordeelde ook een schikking aanbieden tot het betalen van een geldbedrag of tot overdracht van voorwerpen aan de staat. De schikking kan dienen als gehele of gedeeltelijke ontneming van het geschatte voordeel. Mocht de betrokkene akkoord gaan met een schikking, dan voorkomt hij een behandeling bij de rechter.

mr. Jeroen van der Linden

Laatst bijgewerkt: 12/10/14

mr. Jeroen van der Linden

Mr. J.M. van der Linden studeerde civiel recht en strafrecht aan de Universiteit van Leiden. Sinds 2003 is hij advocaat bij In 't Veen Advocaten. Hij treedt veelvuldig op in schuldsaneringszaken (eindzitting, tussentijdse zitting/tussentijdse beëindiging, schone lei). Voorts treeds hij veel op voor cliënten in lichte en zware strafzaken. Van der Linden is aspirant lid van de Haagse Vereniging van Jeugdrechtadvocaten.Hij ondersteune gedurende twee jaar de Rechtswinkel te Alphen aan den Rijn e.o. en geeft advies aan studenten bij de Leidse Kinderrechtswinkel.

Op de inhoud van deze pagina en op het gebruik van deze website zijn algemene voorwaarden van toepassing.

Doorzoek de site

Publicaties van mr. Jeroen van der Linden



Bewindvoerder nalatig door aanvraag beschermingsbewind niet “nauwgezet te monitoren”
Toch (onder omstandigheden) een 'schone lei' indien de bewindvoerder tekortschiet in zijn verplichting te monitoren of, zoals door de rechtbank geïnstrueerd, de schuldenaar beschermingsbewind heeft aangevraagd.

Vergeten boodschappen af te rekenen: winkeldiefstal of niet?
Per ongeluk boodschappen niet afgerekend; maakt iemand dat een winkeldief? Moet een toegezonden strafbeschikking worden betaald?

Het beklagrecht voor gedetineerden
Een gedetineerde heeft binnen een penitentiaire inrichting (huis van bewaring en gevangenis) het recht in beklag te gaan tegen een beslissing die de directeur van de inrichting tegen hem heeft genomen.

Het vereiste van de goede trouw om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling
Wat houdt het begrip 'te goeder trouw' in bij de vraag of iemand kan worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling?

De sollicitatieplicht in de wettelijke schuldsaneringsregeling
Welke regels gelden voor de sollicitatieplicht in de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp)?

Is verlenging mogelijk na einde van de schuldsaneringstermijn?
Hoge Raad: de beslissing de termijn van de wettelijke schuldsaneringsregeling te verlengen, kan ook nog worden genomen na het moment waarop de termijn van drie jaar van de schuldsaneringsregeling afloopt.

Het inlopen van een boedelachterstand in de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP)
De schuldenaar is verplicht gedurende de looptijd van de wettelijke schuldsaneringsregeling iedere maand al zijn inkomsten boven het “vrij te laten bedrag” over te maken op de boedelrekening. Dit wordt de maandelijkse “boedelafdracht” genoemd.

Ontnemingsvordering in het strafrecht
De officier van justitie kan een ontnemingsvordering bij de rechter indienen wanneer hij iemand ervan verdenkt een strafbaar feit te hebben gepleegd waarbij geldelijk gewin is behaald.

Meer...