In 't Veen Advocaten
.
.
.
.
.
.
.

Noodweer

In hoeverre mag iemand zich verweren indien hij bijvoorbeeld slachtoffer wordt van mishandeling? In artikel 41 lid 1 Wetboek van Strafrecht staat het zogenoemde "zelfverdedigingsrecht" verwoord.

Noodweer is een juridische term voor het verdedigingsrecht. De wetgever beschrijft het handelen uit noodweer als volgt:

"Niet strafbaar is hij die een feit begaat, geboden door de noodzakelijke verdediging van eigen of eens anders lijf, eerbaarheid of goed tegen ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding."

Maar wat bedoelt de wetgever precies hiermee?

ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding

Een wederrechtelijke aanranding is: een gedraging in strijd met het recht, dan wel een gedraging begaan zonder bevoegdheid. Indien bijvoorbeeld iemand een fietser van zijn/haar fiets trapt en hem vervolgens slaat, dan is het duidelijk dan deze gedraging in strijd is met het recht. Volgens het recht mag men iemand niet mishandelen. Er is dan sprake van een wederrechtelijke aanranding. Dit ligt anders in bijvoorbeeld het geval dat een tandarts een kies trekt. Het trekken van een kies kan gepaard gaan met pijn. Deze handeling levert echter geen mishandeling op. De tandarts heeft van de patiënt toestemming gekregen om de kies te trekken. De tandarts handelde dus bevoegd.

Ogenblikkelijkheid betekent dat noodweer pas is toegestaan wanneer de mishandeling daadwerkelijk is begonnen. Daarnaast is een verdedigingshandeling ook toegestaan indien een mishandeling dreigt te beginnen.

noodzakelijke verdediging

Een "noodzakelijke verdediging" houdt in dat het recht om onszelf of een ander te verdedigen gepast moet zijn. Men noemt dit het proportionaliteitsvereiste. Daarnaast moet voldaan zijn aan het subsidiariteitsbeginsel. Dit beginsel houdt in dat het gekozen verdedigingsmiddel en de wijze waarop dat is aangewend, afhankelijk van de omstandigheden van het geval, noodzakelijk moet zijn geweest.

een voorbeeld: wanneer is sprake van noodweer?

Twee personen slaan iemand zonder aanleiding na een avondje stappen in een stil steegje in elkaar. De één houdt het slachtoffer vast en de ander schopt en slaat hem over zijn hele lichaam. Op dat moment mag het slachtoffer terug slaan om te trachten zichzelf te verdedigen. Er is immers sprake van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding, die een noodzakelijke verdediging gebiedt. Vluchten is namelijk niet mogelijk omdat men het slachtoffer vasthoudt. Dit "terug slaan" moet wel gepast zijn. Dit betekent dat het slachtoffer niet door mag gaan met slaan indien die twee personen zijn gestopt met slaan. Onder deze omstandigheden komt het slachtoffer een beroep op noodweer toe. Het slachtoffer heeft straffeloos gehandeld. Mocht het zo zijn dat het slachtoffer toch door blijft gan met slaan,  terwijl dit niet meer noodzakelijk is, dan komt hij eventueel een beroep toe op noodweerexces.

Noodweerexces houdt in dat het slachtoffer in een dusdanige gemoedsbeweging kan geraken, dat hij de grenzen van een noodzakelijke verdediging overschrijdt. Mocht dit beroep slagen, dan is het handelen van het slachtoffer ook straffeloos.

Wat als de daders het slachtoffer niet vasthielden en het slachtoffer de daders met een duw op afstand kon houden en het slachtofffer kon vluchten? Het slachoffer moet atijd voor de minst ingrijpende handelswijze kiezen. Doet hij dat niet, dan is de kans groot dat hem geen beroep op noodweer toekomt.

mr. Jeroen van der Linden

Laatst bijgewerkt: 04/09/14

mr. Jeroen van der Linden

Mr. J.M. van der Linden studeerde civiel recht en strafrecht aan de Universiteit van Leiden. Sinds 2003 is hij advocaat bij In 't Veen Advocaten. Hij treedt veelvuldig op in schuldsaneringszaken (eindzitting, tussentijdse zitting/tussentijdse beëindiging, schone lei). Voorts treeds hij veel op voor cliënten in lichte en zware strafzaken. Van der Linden is aspirant lid van de Haagse Vereniging van Jeugdrechtadvocaten.Hij ondersteune gedurende twee jaar de Rechtswinkel te Alphen aan den Rijn e.o. en geeft advies aan studenten bij de Leidse Kinderrechtswinkel.

Op de inhoud van deze pagina en op het gebruik van deze website zijn algemene voorwaarden van toepassing.

Doorzoek de site

Publicaties van mr. Jeroen van der Linden



Bewindvoerder nalatig door aanvraag beschermingsbewind niet “nauwgezet te monitoren”
Toch (onder omstandigheden) een 'schone lei' indien de bewindvoerder tekortschiet in zijn verplichting te monitoren of, zoals door de rechtbank geïnstrueerd, de schuldenaar beschermingsbewind heeft aangevraagd.

Vergeten boodschappen af te rekenen: winkeldiefstal of niet?
Per ongeluk boodschappen niet afgerekend; maakt iemand dat een winkeldief? Moet een toegezonden strafbeschikking worden betaald?

Het beklagrecht voor gedetineerden
Een gedetineerde heeft binnen een penitentiaire inrichting (huis van bewaring en gevangenis) het recht in beklag te gaan tegen een beslissing die de directeur van de inrichting tegen hem heeft genomen.

Het vereiste van de goede trouw om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling
Wat houdt het begrip 'te goeder trouw' in bij de vraag of iemand kan worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling?

De sollicitatieplicht in de wettelijke schuldsaneringsregeling
Welke regels gelden voor de sollicitatieplicht in de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp)?

Is verlenging mogelijk na einde van de schuldsaneringstermijn?
Hoge Raad: de beslissing de termijn van de wettelijke schuldsaneringsregeling te verlengen, kan ook nog worden genomen na het moment waarop de termijn van drie jaar van de schuldsaneringsregeling afloopt.

Het inlopen van een boedelachterstand in de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP)
De schuldenaar is verplicht gedurende de looptijd van de wettelijke schuldsaneringsregeling iedere maand al zijn inkomsten boven het “vrij te laten bedrag” over te maken op de boedelrekening. Dit wordt de maandelijkse “boedelafdracht” genoemd.

Ontnemingsvordering in het strafrecht
De officier van justitie kan een ontnemingsvordering bij de rechter indienen wanneer hij iemand ervan verdenkt een strafbaar feit te hebben gepleegd waarbij geldelijk gewin is behaald.

Meer...