In 't Veen Advocaten
.
.
.
.
.
.
.

Niet gereageerd op een dagvaarding; bij verstek veroordeeld - wat nu?

Een civiele procedure bij de rechtbank of bij de kantonrechter begint met het uitbrengen van de dagvaarding aan de gedaagde. In de dagvaarding staat altijd de datum genoemd waarop de gedaagde in de procedure moet verschijnen. Wat nu als de gedaagde die datum gemist heeft? En wat als de rechter vervolgens uitspraak heeft gedaan zonder de gedaagde te horen?

Op het moment dat de gedaagde niet op de dagvaarding reageert (dat wil zeggen: niet verschijnt bij de rechter voor wie hij of zij volgens de dagvaarding had moeten verschijnen), verleent de rechter verstek tegen de gedaagde (art. 139 Wetboek van burgerlijke rechtsvordering). Dit wil echter niet zeggen dat de gedaagde niets meer kan doen.

normale gang van zaken

De normale gang van zaken (in bodemprocedures - dat wil zeggen: niet-kortgedingprocedures - die worden ingeleid met een dagvaarding) is als volgt. In de dagvaarding staat de datum en het tijdstip genoemd waarop de gedaagde moet ‘verschijnen’. Indien de gedaagde voor de kantonrechter moet verschijnen, mag hij of zij dit in principe doen zonder tussenkomst van een advocaat. Indien het niet gaat om een kantonzaak, geldt de verplichte procesvertegenwoordiging. Dat wil zeggen dat de gedaagde alleen door tussenkomst van een advocaat kan verschijnen.

Als de gedaagde tijdig (dus: vóór de in de dagvaarding genoemde datum) een advocaat opdracht geeft zijn of haar belangen te behartigen, zal de advocaat voor de gedaagde ‘verschijnen’. Dat houdt in dat de advocaat aan de rechter laat weten als advocaat (in kantonzaken: gemachtigde) voor de gedaagde op te treden. De advocaat doet dit schriftelijk. In de meeste gevallen zal de advocaat gelijktijdig de rechter verzoeken uitstel te verlenen voor het indienen van een schriftelijke reactie op de dagvaarding. Zo’n schriftelijke reactie heet een conclusie van antwoord. Een verzoek tot uitstel voor het indienen van een conclusie van antwoord wordt in beginsel altijd verleend.

In kantonzaken kan de gedaagde ook zonder advocaat ‘verschijnen’. In principe kan de gedaagde ook dan schriftelijk aan de kantonrechter uitstel verzoeken. Ook kan hij of zij in persoon daadwerkelijk naar de rechter toegaan op het tijdstip dat in de dagvaarding staat aangegeven, hoewel dit laatste doorgaans geen aanbeveling verdient.

De gang van zaken in geval van een kortgedingprocedure ligt iets anders. Dan is doorgaans namelijk geen uitstel mogelijk. Meestal vindt dan op het in de dagvaarding genoemde moment daadwerkelijk meteen een inhoudelijke behandeling van de zaak plaats.

Verschijnt de gedaagde niet op de in de dagvaarding genoemde datum op één van de manieren zoals hierboven omschreven, dan wordt tegen hem of haar ‘verstek verleend’.

verschijningsdatum verstreken maar nog geen uitspraak: verstek zuiveren

Als een gedaagde niet op het in de dagvaarding genoemde tijdstip is verschenen, maar de rechter nog geen uitspraak heeft gedaan, dan kan het verstek worden gezuiverd (art. 142 Wetboek van burgerlijke rechtsvordering). Dat houdt in dat de gedaagde alsnog verschijnt. Verschijnt de gedaagde alsnog, dan gaat de procedure verder alsof de gedaagde verschenen was op de datum die in de dagvaarding genoemd staat.

verschijningsdatum verstreken én uitspraak gedaan in een verstekvonnis: verzet

Als de gedaagde niet is verschenen en hij of zij heeft het verstek niet gezuiverd, dan zal de rechter een zogeheten verstekvonnis wijzen. In de meeste gevallen wijst de rechter in een verstekvonnis de in de dagvaarding omschreven vorderingen toe, tenzij deze de rechter onrechtmatig of ongegrond voorkomen. De rechter kijkt dus wel of het gevorderde niet in strijd komt met het objectieve recht en of de aangevoerde gronden de vordering daadwerkelijk kunnen dragen, maar dit is slechts een marginale toets. In de praktijk leidt dit er meestal toe dat de vorderingen worden toegewezen.

Tegen een verstekvonnis staat geen hoger beroep open. Wel staat een ander rechtsmiddel open, namelijk dat van verzet (art. 143 Wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

Verzet wordt ingesteld doordat de gedaagde zelf de oorspronkelijke eiser(es) doet dagvaarden. In zo’n verzetdagvaarding staat, kort gezegd, dat de oorspronkelijke gedaagde alsnog verweer wil voeren tegen de vordering van de oorspronkelijke eiser en (dus) tegen het verstekvonnis in verzet komt. De verzetdagvaarding bevat inhoudelijk het verweer tegen de dagvaarding en is voorzien van bewijsmiddelen, waar nodig. De verzetdagvaarding heeft dan ook in feite te gelden als de hiervoor genoemde conclusie van antwoord. De procedure gaat na het aanbrengen van de verzetdagvaarding dan ook verder alsof een conclusie van antwoord was ingediend. De oorspronkelijke gedaagde wordt nu echter opposant genoemd en de oorspronkelijke gedaagde geopposeerde. Inzet van de opposant is (doorgaans) gegrondverklaring van het verzet en vernietiging van het verstekvonnis.

Als verzet is ingesteld tegen een verstekvonnis, zal aan het einde van de procedure een ‘gewoon’ vonnis op tegenspraak worden gewezen. De partij die zich met de inhoud van dit vonnis niet kan verenigen, kan dan ‘gewoon’ van het vonnis in hoger beroep.

verzettermijnen

De wet bepaalt dat verzet in beginsel binnen een termijn van vier weken moet worden ingesteld (dit zijn acht weken indien de gedaagde op het moment dat het verstekvonnis door de deurwaarder bij de gedaagde is betekend, in het buitenland verblijft en in Nederland geen bekende woonplaats of bekend feitelijk verblijf heeft). Belangrijk is wanneer deze termijn begint te lopen. Eigen aan een verstekvonnis is immers (meestal) dat de gedaagde van de hele procedure geen kennis droeg?

De verzettermijn begint te lopen op een van de volgende momenten:

  • op het moment dat het vonnis (of een bepaalde akte uit kracht daarvan of ter uitvoering daarvan) door de deurwaarder is betekend (dat wil zeggen: afgeleverd door middel van een deurwaardersexploot) aan de gedaagde in persoon;
  • op het moment dat de gedaagde een daad pleegt waaruit noodzakelijkerwijs voortvloeit dat het vonnis of de aangevangen tenuitvoerlegging aan hem of haar bekend is;
  • op het moment dat het vonnis ten uitvoer wordt gelegd

Bij de eerste variant is van belang dat het vonnis door de deurwaarder aan de gedaagde in persoon is betekend. Dat houdt in dat de deurwaarder het vonnis in levende lijve afgeeft aan de gedaagde. Een vonnis is dus niet in persoon betekend als het in een gesloten envelop wordt achtergelaten of aan een ander dan de gedaagde wordt afgegeven (bijvoorbeeld aan een huisgenoot of familielid). In het geval van rechtspersonen (bijvoorbeeld een besloten vennootschap) kan een vonnis alleen in persoon worden betekend indien de deurwaarder dit in levende lijve afgeeft aan een bestuurder van die vennootschap (dus afgeven aan een secretaresse of andere medewerker heeft niet te gelden als betekening in persoon), of, in geval van vereffening, aan de vereffenaar.

Over wanneer sprake is van de tweede variant is wel wat discussie mogelijk. Samengevat komt het erop neer dat als de gedaagde (of sommige andere personen, bijvoorbeeld zijn of haar advocaat) een daad naar buiten toe verricht waaruit ondubbelzinnig blijkt dat hij of zij de inhoud van het vonnis voldoende kent om zich daartegen tijdig en adequaat te kunnen verzetten (zie HR 9 oktober 2009, ECLI:NL:HR:2009:BJ0652), de termijn begint te lopen.

Ten slotte de derde variant. Als het verstekvonnis ten uitvoer wordt gelegd, zal de gedaagde dit doorgaans te weten komen. Mocht het zo zijn dat tenuitvoerlegging buiten diens wetenschap om is geschied en de verzettermijn is verlopen, dan kan dit mogelijk in strijd worden geacht met het beginsel van hoor en wederhoor, hetgeen met zich kan brengen dat een gedaagde mogelijk alsnog verzet kan instellen. Overigens is het zo dat indien een verstekvonnis ten uitvoer wordt gelegd en het vonnis wordt vervolgens in verzet vernietigd, de tenuitvoerlegging achteraf moet worden geacht onrechtmatig te zijn geweest, waardoor de oorspronkelijke eiser mogelijk schadeplichtig wordt.

Dit artikel handelt over de gang van zaken in bodemprocedures die worden ingeleid met een dagvaarding. Daaronder vallen (dus) niet faillissementsverzoeken. Wel merk ik terzijde op dat ook tegen een faillissementsvonnis verzet kan worden ingesteld, maar dat de verzettermijn hiervoor vele malen korter is. Het is dus zaak zo spoedig mogelijk nadat men kennis neemt van een faillissementsvonnis dat bij verstek is gewezen en waartegen men in actie wil komen, contact op te nemen met een advocaat.

afsluiting

Zoals uit het voorgaande blijkt, zijn situaties denkbaar waarin het middel van verzet zelfs lange tijd nadat het verstekvonnis gewezen is, nog kan worden ingezet. Hoe dan ook is het niet ‘game over’ indien een verstekvonnis gewezen wordt. Indien een verstekvonnis is gewezen simpelweg omdat de gedaagde niet (tijdig) op de hoogte was van de procedure, kan het de moeite lonen te laten onderzoeken of het verstekvonnis niet alsnog kan worden vernietigd. Een advocaat kan hier uiteraard bij van dienst zijn. 

mr. drs. Rieks Warendorp Torringa

Laatst bijgewerkt: 04/03/15

mr. drs. Rieks Warendorp Torringa

Mr. drs. H. Warendorp Torringa studeerde rechten en Japans aan de Universiteit Leiden. Op die universiteit is hij ook docent burgerlijk recht geweest. Na zijn afstuderen werkte hij bij een groot internationaal georiënteerd advocatenkantoor aan de Amsterdamse Zuidas. Tegenwoordig oefent hij een brede praktijk uit bij In 't Veen Advocaten, waarbij de nadruk ligt op burgerlijk recht, ondernemingsrecht en strafrecht, met een grote affiniteit met de (rechts)wetenschap. Naast advocaat is hij ook Japanoloog, ondernemer en webdeveloper.

Op de inhoud van deze pagina en op het gebruik van deze website zijn algemene voorwaarden van toepassing.

Doorzoek de site

Publicaties van mr. drs. Rieks Warendorp Torringa



Contracteren via internet: enige wenken op bewijsrechtelijk gebied
Wat als je een factuur krijgt voor een bestelling op internet die je nooit hebt geplaatst? Of als je klant weigert te betalen nadat je een via internet besteld product hebt opgestuurd omdat hij zegt nooit iets te hebben besteld?

Niet gereageerd op een dagvaarding; bij verstek veroordeeld - wat nu?
Op het moment dat de gedaagde niet op de dagvaarding reageert, verleent de rechter verstek tegen de gedaagde. Dit wil echter niet zeggen dat de gedaagde niets meer kan doen.

Huurbescherming bij de huur van woonruimte
De huurder van woonruimte wordt door de wetgever goed beschermd, maar deze bescherming is niet oneindig.

Bijstand voor de verdachte voorafgaand aan het politieverhoor
Een verdachte heeft recht op bijstand van een advocaat voorafgaand aan het politieverhoor. Veelal is deze bijstand kosteloos.

Verjaring bij vorderingen tot schadevergoeding
Zoals bij eigenlijk alle vorderingen het geval is, kan een vordering tot schadevergoeding verjaren. In dit artikel wordt op deze verjaring wat nader ingegaan.