In 't Veen Advocaten
.
.
.
.
.
.
.

Nakoming omgangsregeling onder dwang

Na een echtscheiding of het einde van een relatie maken ouders vaak afspraken over de omgang tussen de niet-verzorgende ouder en het kind. Als ouders er samen niet uitkomen, kan de rechter op verzoek van één van de ouders een omgangsregeling vaststellen.

Indien de verzorgende ouder het kind, in weerwil van de overeengekomen of door de rechtbank vastgestelde omgangsregeling, vervolgens niet meer naar de andere ouder laat gaan, is er sprake van het niet nakomen van de omgangsregeling of rechterlijke beschikking. Voor de ouder die nakoming van de omgangsregeling wenst, staan dan een aantal (dwang)middelen ter beschikking om alsnog contact met het kind te hebben. Via een advocaat kan via een kort geding nakoming van de omgangsregeling worden gevorderd, waarbij eventueel dwangmiddelen (zoals een dwangsom) kunnen worden opgelegd om de andere ouder te bewegen daadwerkelijk uitvoering te geven aan de overeengekomen of vastgestelde omgangsregeling.

inspanningsverplichting rechtbank

Voor de ouder die nakoming van de omgangsregeling vordert is sinds 2013 een positieve lijn in de (Europese) rechtspraak te bemerken. In een uitspraak van 17 januari 2014 heeft de Hoge Raad bepaald dat op de rechterlijke macht een zware inspanningsverplichting rust om het wederzijdse recht op omgang tussen ouder en kind daadwerkelijk tot stand te laten komen. Deze uitspraak is in lijn met de eerder door het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) geformuleerde uitgangspunten over de taak van de nationale autoriteiten bij de uitoefening van omgangsregelingen.

In voornoemde procedure bij de Hoge Raad ging het om het een vader die omgang met zijn minderjarige kind verzocht. Kort na de geboorte van het kind kwam een einde aan de relatie tussen de vader en de moeder. De vader had gedurende negen weken omgang gehad, waarna de omgang was stopgezet. Sindsdien heeft de vader getracht de omgang wederom tot stand te brengen. De moeder bleef echter voortdurend haar medewerking weigeren, welke weigering niet met objectieve gegevens werd onderbouwd. Het Gerechtshof Amsterdam wees het verzoek van de vader tot omgang af, aangezien op dat moment al enkele jaren geen omgang had plaatsgevonden, de vader het kind niet kende en de vader geen band met het kind had, waardoor hij niet aan hem was gehecht.

De Hoge Raad was het – in de lijn met de Europese rechtspraak – hier niet mee eens en vernietigde deze beschikking van het Gerechtshof Amsterdam. Uitgangspunt is dat een kind en ouder recht hebben op omgang met elkaar. Werkt de andere ouder niet mee aan de totstandkoming of de uitvoering van een omgangsregeling, dan kan de rechter een groot aantal maatregelen treffen om die ouder te bewegen tot nakoming van zijn verplichtingen. De rechtbank is hier toe gehouden op grond van artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Op grond van dat artikel dienen de nationale autoriteiten, onder wie de rechter, zich zoveel mogelijk in te spannen het recht op family life tussen ouders en kinderen mogelijk te maken.

(dwang)middelen

De rechter kan partijen (met hun instemming) verwijzen naar mediation. Daarnaast kan de rechter (zonder instemming van partijen) bijvoorbeeld een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming gelasten, of een deskundigenbericht. De rechtbank kan daarnaast een aantal maatregelen opleggen om de andere ouder te bewegen medewerking te verlenen aan een omgangsregeling, zoals opschorting van de verplichting tot betaling van (kinder)alimentatie, middels het opleggen van een dwangsom of (in het uiterste geval) het toestaan van lijfsdwang (dat wil zeggen: vrijheidsbeneming). Daarnaast is er een mogelijkheid tot het benoemen van een bijzonder curator voor het kind, het treffen van (bijvoorbeeld) een ondertoezichtstelling, wijziging van het gezag of van de hoofdverblijfplaats van het kind. Tot slot kunnen in uitzonderlijke gevallen zelfs strafrechtelijke maatregelen worden genomen, vanwege onttrekking van het kind aan het ouderlijk gezag. Het enkele feit dat de ene ouder bezwaren heeft tegen de omgang met de andere ouder, kan geen grond zijn om de andere ouder en het kind het recht op omgang met elkaar te ontzeggen.

bezwaren tegen omgangsregeling

Uit de uitspraak van de Hoge Raad van 17 januari 2014 volgt dat de ouder die bezwaren heeft tegen de omgang tussen de andere ouder en het kind, deze bezwaren voldoende dient te onderbouwen. In een beschikking van de Hoge Raad van 2 oktober 2015 is het recht op omgang aan de vader (die mede met het gezag was belast) voor onbepaalde tijd ontzegd, omdat de moeder haar weigering voldoende met objectieve gegevens had onderbouwd. In deze procedure had de moeder als gevolg van huiselijk geweld tijdens haar zwangerschap dermate grote angst voor de vader dat enige vorm van omgang of contact tussen vader en zoon naar haar mening onmogelijk was. De moeder had haar psychische gesteldheid vervolgens onderbouwd met verklaringen van een psychiater, huisarts en kinderarts.

Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden was van oordeel dat de aan de rechter ten dienste staande dwangmiddelen om de wil van de moeder te ‘breken’ in dit geval een averechtse uitwerking zouden hebben en ten koste zouden gaan van het belang van het kind. Deze beslissing van het gerechtshof is door de Hoge Raad in stand gelaten. Het belang van het kind, dat volgens artikel 3 van Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind (IVRK) zeer zwaarwegend is, kan meebrengen dat het belang van omgang tussen de vader en het kind moet wijken voor een zwaarder wegend belang, i.c. het belang dat de zoon gespaard blijft voor de nadelige gevolgen indien het contact geforceerd tot stand zal worden gebracht en het belang een geestelijke instorting van de moeder te voorkomen.

conclusie

Beide beschikkingen van de Hoge Raad zijn een treffende illustratie van de recente lijn in de rechtspraak, opgezet onder het EHRM. Voor de ouder die vaststelling althans nakoming wenst van een omgangsregeling geeft deze rechtspraak, waarin uitdrukkelijk de zware inspanningsverplichting van de rechtbank is opgenomen, nieuwe mogelijkheden. De ouder die niet (langer) kan instemmen met de overeengekomen of vastgestelde omgangsregeling weet dat hij of zij dit met voldoende objectieve gegevens dient te onderbouwen, bij gebreke waarvan aan deze bezwaren voorbij zal worden gegaan.

Indien u te maken heeft met een situatie waarbij een omgangsregeling niet wordt nagekomen, kunt u altijd contact opnemen met ons kantoor voor deskundig advies toegespitst op uw specifieke situatie.

mr. Stephanie Veltkamp

Laatst bijgewerkt: 09/11/16

mr. Stephanie Veltkamp

Mr. S.J. Veltkamp studeerde Nederlands recht aan de Universiteit Utrecht en is sinds 2016 verbonden aan In 't Veen Advocaten. Zij houdt zich met name bezig met het personen- en familierecht, het verbintenissenrecht en het huurrecht.

Op de inhoud van deze pagina en op het gebruik van deze website zijn algemene voorwaarden van toepassing.

Doorzoek de site

Publicaties van mr. Stephanie Veltkamp



Geplande werkzaamheden aan een huurwoning: is de huurder verplicht medewerking te verlenen?
Wanneer moet de huurder van woonruimte meewerken aan werkzaamheden die de verhuurder aan de woning wil uitvoeren?

Verrekening kosten van de woning na beëindiging samenleving
Voor samenwoners is het van belang dat de afspraken die zij maken over bijvoorbeeld de verdeling van kosten, helder vast te leggen, om zo verrassingen achteraf te voorkomen.

Gebreken aan de huurwoning: de verplichtingen van de verhuurder
Wat zijn de verplichtingen van de verhuurder bij een gebrek aan de huurwoning? Wat kan de huurder doen indien de verhuurder deze verplichtingen niet nakomt?

Nakoming omgangsregeling onder dwang
Indien de verzorgende ouder een omgangsregeling niet nakomt, kunnen, met tussenkomst van de rechter, diverse (dwang)middelen tot nakoming worden opgelegd.