In 't Veen Advocaten
.
.
.
.
.
.
.

Levensverzekering en overlijdensrisicoverzekering als onderdeel van de huwelijksgoederengemeenschap

De indiening van het verzoekschrift tot echtscheiding zorgt voor de ontbinding van de gemeenschap van goederen. Dit is het moment waarop de huwelijksgoederengemeenschap kan worden verdeeld. Hier horen ook de levensverzekering en de overlijdensrisicoverzekering bij.

Beide echtgenoten hebben een gelijk aandeel in de ontbonden gemeenschap. Tenzij anders is bepaald bij huwelijkse voorwaarden of bij een echtscheidingsconvenant dat echtgenoten met het oog op de ontbinding hebben gesloten (art. 1:100 Burgerlijk Wetboek). Het vervolg van dit artikel gaat uit van de meest voorkomende situatie. Namelijk dat elk van de echtgenoten een gelijk aandeel heeft in de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap.

levensverzekering en overlijdensrisicoverzekering bij echtscheiding

Tot de huwelijksgemeenschap behoort veelal een koopwoning waarop een hypothecaire geldlening rust. De bank, in haar hoedanigheid van geldverstrekker, verlangt vaak dat de echtgenoten een levensverzekering of een overlijdensrisicoverzekering afsluiten. Een levensverzekering keert op enig moment uit bij in leven zijn van de echtgenoten, alsook in geval van overlijden van één van de echtgenoten. Een overlijdensrisicoverzekering keert uitsluitend uit in geval van overlijden van één van de echtgenoten. De (afkoop)waarde van een levensverzekering hoort bij de te verdelen huwelijksgoederengemeenschap. In de regel zet de echtgenoot aan wie de echtelijke woning inclusief de hypothecaire geldlening wordt toebedeeld, de levensverzekering voort. De andere echtgenoot komt dan de helft toe van de overwaarde van de woning alsmede de helft van de (afkoop)waarde van de levensverzekering.

Aangezien bij een risicoverzekering (zoals een overlijdensrisicoverzekering) geen waardeopbouw plaatsvindt, kiezen echtgenoten er vaak voor een dergelijke verzekering te beëindigen. Het kan echter zinvol zijn een dergelijke verzekering voort te zetten. Met name als deze verzekering is afgesloten op het leven van de onderhoudsplichtige echtgenoot. Indien deze echtgenoot komt te overlijden, vervalt de aanspraak van de andere echtgenoot op kinder- en partneralimentatie. In de regel leidt dat tot een terugval in inkomen dat deels kan worden opgevangen door de uitkering uit hoofde van een overlijdensrisicoverzekering.

Het voortzetten van een bestaande overlijdensrisicoverzekering heeft ook als voordeel dat degene op wiens leven deze verzekering is afgesloten niet opnieuw een medische keuring moet ondergaan. Vaak is een dergelijke verzekering afgesloten op een moment dat de betreffende echtgenoot jonger was. Wat in de regel leidt tot een lagere premie. De hoogte van de premie hangt immers mede af van de leeftijd van degene op wiens leven de verzekering wordt afgesloten en van diens gezondheid. Het is dan ook veelal zinvol een bestaande overlijdensrisicoverzekering op het leven van de onderhoudsplichtige echtgenoot te continueren. Daarbij is het wel van belang dat de onderhoudsgerechtigde echtgenoot de betaling van de premie op zich neemt. Gebeurt dat niet, dan is een eventuele uitkering uit hoofde van deze verzekering belast op grond van artikel 13 van de Successiewet. De onderhoudsgerechtigde echtgenoot zal dan een fors gedeelte van de ontvangen uitkering aan de Belastingdienst moeten afdragen. Om een dergelijke vordering van de Belastingdienst te voorkomen is het van belang dat de onderhoudsgerechtigde echtgenoot de premiebetaling van de overlijdensrisicoverzekering overneemt. In het geval de onderhoudsgerechtigde daartoe geen financiële middelen heeft, kan de partneralimentatie met de premie worden verhoogd zodat indirect de onderhoudsplichtige echtgenoot de premie fourneert.

mr. Richard van Venetiën

Laatst bijgewerkt: 28/09/14

mr. Richard van Venetiën

Mr. R. van Venetiën studeerde in 1997 privaat-, staats- en bestuursrechtelijk af aan de Universiteit van Utrecht. Hij werkt sinds 2001 bij In 't Veen Advocaten en is sinds 2007 lid van de maatschap. Als lid van de vFAS en MfN-register mediator houdt hij zich voornamelijk bezig met het personen- en familierecht. Daarnaast treedt hij nog op voor particulieren en bedrijven voor wat betreft het verbintenissen- en ondernemingsrecht en het schuldsanerings- (WSNP)/faillissementsrecht.

Op de inhoud van deze pagina en op het gebruik van deze website zijn algemene voorwaarden van toepassing.

Doorzoek de site

Publicaties van mr. Richard van Venetiën



Voogdij over minderjarigen
In het verleden bestond de mogelijkheid van toeziende voogdij. Die mogelijkheid is inmiddels afgeschaft. De voogdij bestaat enkel nog voor het gezag over minderjarigen door meerderjarigen die niet de ouders zijn van het kind.

Levensverzekering en overlijdensrisicoverzekering in de huwelijksgoederengemeenschap
Verdeling van de levensverzekering en overlijdensrisicoverzekering bij echtscheiding.

Ouderlijk gezag en wijziging daarvan
Heeft men het over ouderlijk gezag, dan wordt daarmee bedoeld het gezag dat twee ouders (gezamenlijk ouderlijk gezag) of één ouder (eenhoofdig ouderlijk gezag) uitoefenen.

Voorlopige voorzieningen in de echtscheidingsprocedure
Voorlopige voorzieningen: ordemaatregelen voor de duur van de echtscheidingsprocedure.