In 't Veen Advocaten
.
.
.
.
.
.
.

Is verlenging mogelijk na einde van de schuldsaneringstermijn?

In artikel 349a lid 1 Faillissementswet is bepaald dat de termijn van de schuldsaneringsregeling drie jaar bedraagt. In afwijking hiervan kan de rechter de termijn van de schuldsaneringsregeling verlengen met een maximale duur van twee jaar.

Gebleken is dat rechters hierbij worstelden met de vraag of het mogelijk is een schuldsaneringsregeling te verlengen nadat de schuldsaneringstermijn van drie jaar is afgelopen. Hoewel de meeste rechters een verlenging toestonden, waren er ook rechters die dat niet deden. Zie bijvoorbeeld de uitspraken van de Rechtbank Utrecht van 10 juli 2012 (ECLI:NL:RBUTR:2012:BX1318) en 30 oktober 2012 (ECLI:NL:RBUTR:2012:BY2871). Gelukkig heeft de Hoge Raad bij arrest van 10 oktober 2014 (ECLI:NL:HR:2014:2935) inmiddels duidelijkheid gecreëerd.

prejudiciële vraag

In de zaak die tot het (tussen)arrest van 27 februari 2014 (ECLI:NL:GHSHE:2014:1473) van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft geleid, werd het gerechtshof onder meer geconfronteerd met de vraag of het wettelijk systeem een verlenging toelaat van de schuldsaneringsregeling terwijl de looptijd van de schuldsaneringsregeling van drie jaar inmiddels is verlopen. Het gerechtshof overwoog dat in de jurisprudentie en in de literatuur onduidelijkheid bestaat omtrent de vraag of verlenging na afloop van de reguliere termijn van drie jaar mogelijk is. Ook het gerechtshof verwees naar de hierboven aangehaalde uitspraken van de Rechtbank Utrecht.

Vervolgens heeft het gerechtshof bij arrest van 20 maart 2014 (ECLI:NL:GHSHE:2014:1474) aan de Hoge Raad verzocht bij zogenaamde prejudiciële beslissing antwoord te geven op de vraag of verlenging van de schuldsaneringsregeling mogelijk is indien de termijn van drie jaren van de wettelijke schuldsaneringsregeling reeds is doorlopen.

Per 1 juli 2012 kunnen rechtbanken en gerechtshoven aan de Hoge Raad prejudiciële vragen stellen. Het stellen van prejudiciële vraag houdt in dat een lagere rechter aan de Hoge Raad (de hoogste Nederlandse rechter) een rechtsvraag stelt over de uitleg van een rechtsregel. Het moet een vraag betreffen in een concrete zaak die in behandeling is bij de rechtbank of het gerechtshof, waarbij een antwoord op deze vraag noodzakelijk is voor een te nemen beslissing in die zaak. Daarnaast moet de te stellen rechtsvraag ook aan de orde zijn in een groot aantal soortgelijke zaken.

Een voordeel van het beantwoorden van een prejudiciële vraag is dat de zaak sneller kan worden afgehandeld en dus niet behoeft te worden doorgeprocedeerd tot aan de Hoge Raad.

de uitspraak van de Hoge Raad

Bij de beantwoording van de prejudiciële vraag van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch overweegt de Hoge Raad in zijn arrest van 10 oktober 2014 ten eerste dat de tekst van artikel 349a Faillissementswet niet uitsluit dat de beslissing tot verlenging van de termijn van de schuldsaneringsregeling wordt genomen na het moment dat de reguliere termijn (= drie jaar) van de schuldsaneringsregeling afloopt.

Ten tweede overweegt de Hoge Raad dat het de bedoeling van de wetgever is geweest met de voorziening van een verlenging van de schuldsaneringsregeling de schuldenaar de mogelijkheid te geven de aanvankelijke tekortkomingen die zijn ontstaan in de reguliere termijn van de schuldsaneringsregeling te herstellen. Volgens de Hoge Raad pleit deze bedoeling van de wetgever ervoor aan te nemen dat de beslissing tot verlenging van de termijn van de schuldsaneringsregeling kan worden genomen na het moment waarop de termijn van artikel 349a lid 1 Faillissementswet afloopt. Het is immers niet uitgesloten dat het late tijdstip waarop de rechter in staat is die beslissing te nemen, het gevolg is van omstandigheden waarop de schuldenaar geen invloed kan uitoefenen, aldus de Hoge Raad.

Ten derde overweegt de Hoge Raad dat weliswaar uit de rechtspraak van de Hoge Raad volgt dat het aflopen van de schuldsaneringstermijn van drie jaar van rechtswege tot gevolg heeft dat de gevolgen van de toepassing van de schuldsaneringsregeling tot een einde komen (zie de artikelen 295-313 Faillissementswet), maar dat dit aflopen niet met zich brengt dat de schuldsaneringsregeling ook overigens is geëindigd, aangezien beëindiging van de schuldsaneringsregeling dient te geschieden met inachtneming van de artikelen 352-356 Faillissementswet. In de genoemde artikelen wordt beschreven dat een terechtzitting moet plaatsvinden bij de rechtbank waarop de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt behandeld. De rechtbank zal naar aanleiding van deze zitting gaan bepalen of aan de schuldenaar al dan niet de zogenoemde 'schone lei' kan worden afgegeven dan wel of de schuldsaneringsregeling kan worden verlengd.

Op grond van hetgeen hierboven is overwogen, geeft de Hoge Raad dus als antwoord op de prejudiciële vraag dat de beslissing om de termijn van de schuldsaneringsregeling te verlengen, (ook) kan worden genomen na het moment waarop de in artikel 349a lid 1 Faillissementswet bedoelde termijn (= drie jaar) van de schuldsaneringsregeling afloopt.

Niettemin geeft de Hoge Raad nog wel aan dat het aanbeveling verdient de procedure die kan leiden tot verlenging van de schuldsaneringsregeling zo te laten plaatsvinden dat de beslissing van de rechter hieromtrent binnen de reguliere schuldsaneringstermijn van drie jaar kan worden genomen.

conclusie

De kogel is door de kerk. Met het arrest van de Hoge Raad van 10 oktober 2014 staat vast dat een schuldsaneringsregeling kan worden verlengd na afloop van de reguliere schuldsaneringstermijn van drie jaar. De bestaande rechtsongelijkheid is hiermee tot een einde gekomen. Immers, tot aan dit arrest van de Hoge Raad zijn er rechters geweest die hebben bepaald dat een schuldsaneringsregeling niet verlengd kon worden, omdat  de schuldsaneringstermijn van drie jaar reeds tot een einde was gekomen, terwijl andere rechters wel een verlenging toestonden.

Omdat het schuldsaneringsrecht een complex rechtsgebied is, adviseren wij de schuldenaar altijd een ter zake deskundig advocaat in de arm te nemen wanneer de schuldenaar op een zitting moet verschijnen. U kunt dan met vertrouwen een beroep doen op één van de advocaten van In 't Veen Advocaten.

mr. Jeroen van der Linden

Laatst bijgewerkt: 27/01/15

mr. Jeroen van der Linden

Mr. J.M. van der Linden studeerde civiel recht en strafrecht aan de Universiteit van Leiden. Sinds 2003 is hij advocaat bij In 't Veen Advocaten. Hij treedt veelvuldig op in schuldsaneringszaken (eindzitting, tussentijdse zitting/tussentijdse beëindiging, schone lei). Voorts treeds hij veel op voor cliënten in lichte en zware strafzaken. Van der Linden is aspirant lid van de Haagse Vereniging van Jeugdrechtadvocaten.Hij ondersteune gedurende twee jaar de Rechtswinkel te Alphen aan den Rijn e.o. en geeft advies aan studenten bij de Leidse Kinderrechtswinkel.

Op de inhoud van deze pagina en op het gebruik van deze website zijn algemene voorwaarden van toepassing.

Doorzoek de site

Publicaties van mr. Jeroen van der Linden



Bewindvoerder nalatig door aanvraag beschermingsbewind niet “nauwgezet te monitoren”
Toch (onder omstandigheden) een 'schone lei' indien de bewindvoerder tekortschiet in zijn verplichting te monitoren of, zoals door de rechtbank geïnstrueerd, de schuldenaar beschermingsbewind heeft aangevraagd.

Vergeten boodschappen af te rekenen: winkeldiefstal of niet?
Per ongeluk boodschappen niet afgerekend; maakt iemand dat een winkeldief? Moet een toegezonden strafbeschikking worden betaald?

Het beklagrecht voor gedetineerden
Een gedetineerde heeft binnen een penitentiaire inrichting (huis van bewaring en gevangenis) het recht in beklag te gaan tegen een beslissing die de directeur van de inrichting tegen hem heeft genomen.

Het vereiste van de goede trouw om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling
Wat houdt het begrip 'te goeder trouw' in bij de vraag of iemand kan worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling?

De sollicitatieplicht in de wettelijke schuldsaneringsregeling
Welke regels gelden voor de sollicitatieplicht in de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp)?

Is verlenging mogelijk na einde van de schuldsaneringstermijn?
Hoge Raad: de beslissing de termijn van de wettelijke schuldsaneringsregeling te verlengen, kan ook nog worden genomen na het moment waarop de termijn van drie jaar van de schuldsaneringsregeling afloopt.

Het inlopen van een boedelachterstand in de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP)
De schuldenaar is verplicht gedurende de looptijd van de wettelijke schuldsaneringsregeling iedere maand al zijn inkomsten boven het “vrij te laten bedrag” over te maken op de boedelrekening. Dit wordt de maandelijkse “boedelafdracht” genoemd.

Ontnemingsvordering in het strafrecht
De officier van justitie kan een ontnemingsvordering bij de rechter indienen wanneer hij iemand ervan verdenkt een strafbaar feit te hebben gepleegd waarbij geldelijk gewin is behaald.

Meer...