In 't Veen Advocaten
.
.
.
.
.
.
.

Invordering/inhouding rijbewijs

Op grond van de Wegenverkeerswet 1994 moet de politie bij verbalisering van een overtreding van enkele verkeersregels het rijbewijs van een bestuurder van een motorrijtuig invorderen. 

Deze overtredingen zijn:

  • rijden onder invloed, indien het ernstige vermoeden bestaat dat het alcoholgehalte van de adem van de bestuurder hoger is dan een alcoholgehalte van 570 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht( =1,3 milligram alcohol per milliliter bloed). Bij beginnende bestuurders mag het alcoholgehalte niet hoger zijn dan 350 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht, onderscheidenlijk 0,8 milligram alcohol per milliliter bloed;
  • weigeren medewerking te verlenen door een bestuurder aan een alcoholonderzoek;
  • overschrijding van de snelheid, in het geval de bestuurder de maximumsnelheid met 50 km of meer heeft overschrijdt en de bestuurder hiervoor wordt staande gehouden;
  • in het geval door een verkeersovertreding de veiligheid op de weg ernstig in gevaar is gebracht.

Door de invordering van het rijbewijs is de bestuurder niet meer bevoegd een motorrijtuig te besturen. Ook biedt de WAM-verzekering dan geen dekking meer. Wie dan toch een motorrijtuig bestuurt, rijdt onverzekerd rond. Hij pleegt dus een nieuw strafbaar feit, nog afgezien van de grote risico’s die gepaard gaan met onverzekerd rijden.

De officier van justitie heeft de bevoegdheid om binnen tien dagen na de invordering van het rijbewijs te bepalen of het rijbewijs al dan niet voor een langere periode moet worden ingehouden.  Hierbij mag de officier van justitie het rijbewijs niet langer inhouden dan de verwachte duur van een onvoorwaardelijke rijontzegging die de strafrechter of de officier van justitie (in een strafbeschikking) aan de bestuurder kan opleggen. Verwacht de officier van justitie geen onvoorwaardelijke rijontzegging, dan moet het rijbewijs onverwijld worden teruggegeven aan de houder. 

Mocht de officier van justitie overgaan tot inhouding van het rijbewijs, dan moet de strafzaak binnen zes maanden na de inhouding worden behandeld door de strafrechter, dan wel moet binnen die termijn een strafbeschikking zijn uitgevaardigd door de officier van justitie. Indien deze termijn van zes maanden wordt overschreden, dan moet het rijbewijs aan de houder worden teruggegeven.

Het is mogelijk dat de strafrechter de bestuurder kan vrijspreken, dan wel dat de officier van justitie tegen de bestuurder geen strafbeschikking uitvaardigt. De bestuurder kan dan een verzoek tot schadevergoeding indienen, aangezien hij gedurende een periode ten onrechte geen motorrijtuig mocht besturen, met alle (financiële) gevolgen van dien.

klaagschrift

Tot slot kan de bestuurder nog eeen klaagschrift indienen bij de rechtbank. Dit kan enkel als hij nog niet heeft vernomen dat hij voor de strafrechter of de officier van justitie moet verschijnen. De raadkamer van de rechtbank buigt zich dan over het klaagschrift. De bestuurder kan daarin aangeven dat hij van mening is dat het rijbewijs ten onrechte is ingevorderd/ingehouden. Daarnaast kan de bestuurder in het klaagschrift verzoeken om teruggave van het rijbewijs op grond van persoonlijke omstandigheden. Hij moet dan bewijzen dat hij door de invordering/inhouding van het rijbewijs onevenredig grote (financiële) schade ondervindt. Denk hierbij aan o.a. het feit dat de bestuurder door de invordering/inhouding niet meer zijn/haar werk kan uitoefenen.

Of de raadkamer van de rechtbank de teruggave van het rijbewijs zal gelasten, hangt onder meer af van:

  • de aard en de ernst van de overtreding;
  • de vraag of de bestuurder reeds eerder voor soortgelijke overtredingen in aanraking is geweest met justitie.

Wij raden sterk aan een advocaat in te schakelen voor het indienen van een klaagschrift. Ook bij een verschijning ter zitting van de rechter of voor de officier van justitie biedt een advocaat een grote meerwaarde. 

mr. Jeroen van der Linden

Laatst bijgewerkt: 08/09/14

mr. Jeroen van der Linden

Mr. J.M. van der Linden studeerde civiel recht en strafrecht aan de Universiteit van Leiden. Sinds 2003 is hij advocaat bij In 't Veen Advocaten. Hij treedt veelvuldig op in schuldsaneringszaken (eindzitting, tussentijdse zitting/tussentijdse beëindiging, schone lei). Voorts treeds hij veel op voor cliënten in lichte en zware strafzaken. Van der Linden is aspirant lid van de Haagse Vereniging van Jeugdrechtadvocaten.Hij ondersteune gedurende twee jaar de Rechtswinkel te Alphen aan den Rijn e.o. en geeft advies aan studenten bij de Leidse Kinderrechtswinkel.

Op de inhoud van deze pagina en op het gebruik van deze website zijn algemene voorwaarden van toepassing.

Doorzoek de site

Publicaties van mr. Jeroen van der Linden



Bewindvoerder nalatig door aanvraag beschermingsbewind niet “nauwgezet te monitoren”
Toch (onder omstandigheden) een 'schone lei' indien de bewindvoerder tekortschiet in zijn verplichting te monitoren of, zoals door de rechtbank geïnstrueerd, de schuldenaar beschermingsbewind heeft aangevraagd.

Vergeten boodschappen af te rekenen: winkeldiefstal of niet?
Per ongeluk boodschappen niet afgerekend; maakt iemand dat een winkeldief? Moet een toegezonden strafbeschikking worden betaald?

Het beklagrecht voor gedetineerden
Een gedetineerde heeft binnen een penitentiaire inrichting (huis van bewaring en gevangenis) het recht in beklag te gaan tegen een beslissing die de directeur van de inrichting tegen hem heeft genomen.

Het vereiste van de goede trouw om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling
Wat houdt het begrip 'te goeder trouw' in bij de vraag of iemand kan worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling?

De sollicitatieplicht in de wettelijke schuldsaneringsregeling
Welke regels gelden voor de sollicitatieplicht in de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp)?

Is verlenging mogelijk na einde van de schuldsaneringstermijn?
Hoge Raad: de beslissing de termijn van de wettelijke schuldsaneringsregeling te verlengen, kan ook nog worden genomen na het moment waarop de termijn van drie jaar van de schuldsaneringsregeling afloopt.

Het inlopen van een boedelachterstand in de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP)
De schuldenaar is verplicht gedurende de looptijd van de wettelijke schuldsaneringsregeling iedere maand al zijn inkomsten boven het “vrij te laten bedrag” over te maken op de boedelrekening. Dit wordt de maandelijkse “boedelafdracht” genoemd.

Ontnemingsvordering in het strafrecht
De officier van justitie kan een ontnemingsvordering bij de rechter indienen wanneer hij iemand ervan verdenkt een strafbaar feit te hebben gepleegd waarbij geldelijk gewin is behaald.

Meer...