In 't Veen Advocaten
.
.
.
.
.
.
.

Het vereiste van de goede trouw om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling

Om toegelaten te kunnen worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling, geldt als een van de vereisten dat de schuldenaar ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van zijn schulden in de vijf jaar voorafgaand aan de dag waarop het verzoekschrift is ingediend, te goeder trouw is geweest (artikel 288 lid 1 sub b Faillissementswet).

Maar wat betekent nu te goeder trouw?

'te goeder trouw' is een gedragsmaatstaf

In het schuldsaneringsrecht is ‘te goeder trouw’ een gedragsmaatstaf. Mocht een schuldenaar vlak voordat hij een verzoek indient om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling onverplicht schulden aangaan waarvan hij weet dat hij ze niet kan betalen, met in zijn achterhoofd dat hij deze schulden niet meer behoeft te voldoen indien hij met goed gevolg de wettelijke schuldsaneringsreling tot een einde zal brengen, dan zal hij niet bestempeld kunnen worden als een schuldenaar ‘te goeder trouw’.

Om de goede trouw te toetsen kan de rechter die moet beslissen of een schuldenaar kan worden toegelaten tot de wettelijke schuldsanering rekening houden met alle omstandigheden van het geval. Zo kan de rechter in zijn oordeel betrekken de aard en omvang van de schulden, de vraag op welk moment de schulden zijn ontstaan, de vraag in hoeverre de schuldenaar een verwijt valt te maken dat de schulden zijn ontstaan en/of onbetaald zijn gelaten en wat voor handelingen de schuldenaar heeft verricht teneinde de schulden te voldoen of dat hij juist handelingen heeft gepleegd om het verhaalsrecht van de schuldeisers te frustreren.

In de ‘Landelijke uniforme beoordelingscriteria toelating schuldsaneringsregeling’ die door de rechtbanken worden gehanteerd, worden enkele gezichtspunten genoemd om te bepalen wanneer geen sprake is van ‘goede trouw’ in de periode van vijf jaar voorafgaand aan het verzoek om toegelaten te worden tot de schuldsaneringsregeling. Er is geen sprake van ‘goede trouw’ indien:  

  • schulden zijn aangegaan terwijl, gelet op het inkomen en/of vermogen van de verzoeker, redelijkerwijs geen uitzicht bestond op aflossing daarvan;
  • recent nieuwe schulden van substantiële omvang of substantiële aard zijn aangegaan;
  • schulden zijn aangegaan die voortvloeien uit een verslaving aan bijvoorbeeld gokken, alcohol en/of drugs;
  • de verzoeker een eigen onderneming (eenmanszaak) heeft gevoerd en (nagenoeg) geen boekhouding heeft bijgehouden en/of beschikbaar is;
  • de verzoeker schulden heeft aan het UWV of de Belastingdienst die betrekking hebben op een opgelegde boete, het niet nakomen van aangifteverplichtingen of het niet nakomen van verplichtingen tot afdracht van (omzet)belasting;
  • door de verzoeker genoten uitkeringen wegens fraude zijn teruggevorderd;
  • schulden zijn ontstaan uit misdrijf of overtreding;
  • (substantiële) geldboetes zijn opgelegd ter zake van verkeersovertredingen (Wet Mulder-feiten).

bewijslast

De schuldenaar is degene die moet kunnen aantonen dat hij te goeder trouw is. Dan is het vervolgens de vraag hoe de schuldenaar kan aantonen dat hij te goeder trouw is geweest. In de praktijk toont de schuldenaar dit aan door bij het verzoekschrift tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling, alle in artikel 285 Faillissementswet genoemde bescheiden mee te sturen (de zogenoemde artikel 285-verklaring). Zo dient de schuldenaar onder meer een overzicht op te stellen van de gegevens van de schuldeisers en de hoogte van hun vorderingen.

Het kan voor een rechter die moet beslissen of een schuldenaar wordt toegelaten tot de tot de wettelijke schuldsaneringsregeling lastig zijn te beoordelen of de schuldenaar te goeder trouw is. Derhalve bestaat er voor de rechter de mogelijkheid om op grond van artikel 350 lid 3 sub f Faillissementswet de schuldsaneringsregeling tussentijds te beëindigen indien later alsnog op grond van feiten en omstandigheden blijkt dat de schuldenaar niet te goeder trouw is geweest ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van zijn schulden in de vijf jaar voorafgaand aan de dag waarop het verzoekschrift is ingediend.

hardheidsclausule

In artikel 288 lid 3 Faillissementswet staat onder meer opgenomen dat, indien het verzoek om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling zou moeten worden afgewezen wegens het ontbreken van ‘de goede trouw’, de schuldenaar alsnog tot de schuldsaneringsregeling kan worden toegelaten indien voldoende aannemelijk is dat de schuldenaar de omstandigheden die bepalend zijn geweest voor het ontstaan of onbetaald laten van zijn schulden onder controle heeft gekregen. Deze uitzondering wordt de  ‘hardheidsclausule’ genoemd.

Wil de rechter het beroep op de hardheidsclausule kunnen honoreren, dan moet er bij de schuldenaar sprake zijn van een gedragsverandering die ertoe heeft geleid dat de schuldenaar de situatie die hem in de financiële problemen heeft gebracht, onder controle gekregen heeft. Hierbij wordt vereist dat de schuldenaar adequate hulpverlening heeft en dat er sprake is van een evenwichtige leefsituatie. Overigens is de rechter niet verplicht de hardheidsclausule toe te passen, maar heeft de rechter de mogelijkheid een schuldenaar alsnog toe te laten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling.

Een voorbeeld waarbij de rechter een beroep op de hardheidsclausule heeft gehonoreerd is terug te vinden in het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 24 februari 2015 (ECLI:NL:GHAMS:2015:554).

tenslotte

De juridische begrippen ‘te goeder trouw’ en ‘hardheidsclausule’ zijn complexe begrippen. Indien de schuldenaar, nadat hij is toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling, zich alsnog aangaande deze onderwerpen moet verantwoorden voor de rechter, wordt de schuldenaar geadviseerd altijd een advocaat in de arm te nemen. U kunt dan met vertrouwen een beroep doen op één van de advocaten van In 't Veen Advocaten.

mr. Jeroen van der Linden

Laatst bijgewerkt: 18/12/15

mr. Jeroen van der Linden

Mr. J.M. van der Linden studeerde civiel recht en strafrecht aan de Universiteit van Leiden. Sinds 2003 is hij advocaat bij In 't Veen Advocaten. Hij treedt veelvuldig op in schuldsaneringszaken (eindzitting, tussentijdse zitting/tussentijdse beëindiging, schone lei). Voorts treeds hij veel op voor cliënten in lichte en zware strafzaken. Van der Linden is aspirant lid van de Haagse Vereniging van Jeugdrechtadvocaten.Hij ondersteune gedurende twee jaar de Rechtswinkel te Alphen aan den Rijn e.o. en geeft advies aan studenten bij de Leidse Kinderrechtswinkel.

Op de inhoud van deze pagina en op het gebruik van deze website zijn algemene voorwaarden van toepassing.

Doorzoek de site

Publicaties van mr. Jeroen van der Linden



Bewindvoerder nalatig door aanvraag beschermingsbewind niet “nauwgezet te monitoren”
Toch (onder omstandigheden) een 'schone lei' indien de bewindvoerder tekortschiet in zijn verplichting te monitoren of, zoals door de rechtbank geïnstrueerd, de schuldenaar beschermingsbewind heeft aangevraagd.

Vergeten boodschappen af te rekenen: winkeldiefstal of niet?
Per ongeluk boodschappen niet afgerekend; maakt iemand dat een winkeldief? Moet een toegezonden strafbeschikking worden betaald?

Het beklagrecht voor gedetineerden
Een gedetineerde heeft binnen een penitentiaire inrichting (huis van bewaring en gevangenis) het recht in beklag te gaan tegen een beslissing die de directeur van de inrichting tegen hem heeft genomen.

Het vereiste van de goede trouw om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling
Wat houdt het begrip 'te goeder trouw' in bij de vraag of iemand kan worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling?

De sollicitatieplicht in de wettelijke schuldsaneringsregeling
Welke regels gelden voor de sollicitatieplicht in de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp)?

Is verlenging mogelijk na einde van de schuldsaneringstermijn?
Hoge Raad: de beslissing de termijn van de wettelijke schuldsaneringsregeling te verlengen, kan ook nog worden genomen na het moment waarop de termijn van drie jaar van de schuldsaneringsregeling afloopt.

Het inlopen van een boedelachterstand in de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP)
De schuldenaar is verplicht gedurende de looptijd van de wettelijke schuldsaneringsregeling iedere maand al zijn inkomsten boven het “vrij te laten bedrag” over te maken op de boedelrekening. Dit wordt de maandelijkse “boedelafdracht” genoemd.

Ontnemingsvordering in het strafrecht
De officier van justitie kan een ontnemingsvordering bij de rechter indienen wanneer hij iemand ervan verdenkt een strafbaar feit te hebben gepleegd waarbij geldelijk gewin is behaald.

Meer...