In 't Veen Advocaten
.
.
.
.
.
.
.

Het beklagrecht voor gedetineerden

Een gedetineerde heeft binnen een penitentiaire inrichting (huis van bewaring en gevangenis) het recht in beklag te gaan tegen een beslissing die de directeur van de inrichting tegen hem heeft genomen.

Met een beslissing wordt gelijkgesteld een verzuim of een weigering om te beslissen. Het beklagrecht voor gedetineerden is geregeld in hoofdstuk 11 van de Penitentiaire Beginselenwet, waarin onder meer de rechten en plichten van gedetineerden zijn vastgelegd.

klaagschrift

Indien de directeur aan een gedetineerde bijvoorbeeld opsluiting in een strafcel oplegt of uitsluiting van deelname aan bepaalde activiteiten en de gedetineerde het daarmee niet eens is, kan hij daartegen in beklag gaan bij de Commissie van Toezicht (hierna: de commissie). De gedetineerde moet dan een klaagschrift indienen.

Het klaagschrift vermeldt zo nauwkeurig mogelijk de beslissing waarover wordt geklaagd en de redenen van het beklag. Indien het klaagschrift niet voldoende duidelijk is, wordt de gedetineerde in zijn klaagschrift niet-ontvankelijk verklaard. Dit betekent dat het klaagschrift niet eens inhoudelijk in behandeling wordt genomen door de commissie.

Het klaagschrift moet in beginsel uiterlijk op de zevende dag na de dag waarop de gedetineerde kennis heeft gekregen van de beslissing waarover hij zich wenst te beklagen, worden ingediend bij de commissie. Dient de gedetineerde het klaagschrift zonder geldige reden te laat in, dan wordt de gedetineerde niet-ontvankelijk verklaard in zijn beklag.

Is wel sprake van een geldige reden voor de termijnoverschrijding, bijvoorbeeld indien eerst is getracht de klacht in onderling overleg af te handelen, dan kan deze overschrijding gerechtvaardigd zijn, in welk geval het klaagschrift wel in behandeling zal worden genomen.

verdere gang van zaken

De commissie die het klaagschrift behandelt bestaat uit drie leden, meestal een rechter, een advocaat en een gedragsdeskundige. Bij eenvoudige klachten kan het klaagschrift door één lid worden afgehandeld (meestal de voorzitter).

Nadat de commissie het klaagschrift van de gedetineerde heeft ontvangen, stuurt de secretaris van de commissie een afschrift van het klaagschrift naar de directeur van de desbetreffende penitentiaire inrichting. De directeur dient vervolgens de commissie spoedig van schriftelijke informatie te voorzien over de klacht.

Vervolgens zal een beklagzitting plaatsvinden voor de commissie in de penitentiaire inrichting. Op deze zitting wordt de gedetineerde in de gelegenheid gesteld het klaagschrift nader toe te lichten, waarna de directeur zijn opmerkingen naar voren mag brengen. Uiteraard kan de commissie hierna nog de nodige vragen stellen.

uitspraak

Na de beklagzitting doet de commissie zo spoedig mogelijk - maar in ieder geval binnen vier weken na ontvangst van het klaagschrift - uitspraak. Onder bijzondere omstandigheden kan de commissie de termijn van de uitspraak met hooguit vier weken verlengen.

Zolang de commissie nog geen uitspraak heeft gedaan, kan de gedetineerde de voorzitter van de zogeheten beroepscommissie (van de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming) verzoeken de tenuitvoerlegging van de beslissing waartegen is geklaagd, geheel of gedeeltelijk te schorsen.

De uitspraak van de commissie kan het volgende inhouden:

  • niet-ontvankelijk verklaring van het beklag;
  • ongegrond verklaring van het beklag;
  • gegrond verklaring van het beklag.

Een klacht kan niet-ontvankelijk worden verklaard bijvoorbeeld indien de gedetineerde heeft geklaagd tegen een handeling of beslissing waartegen geen klacht mogelijk is, of omdat het klaagschrift zonder geldige reden te laat is ingediend.

Bij een ongegrondverklaring van het beklag wordt de beslissing van de directeur niet geacht in strijd te zijn met een in de inrichting geldend (wettelijk) voorschrift of een verdragsbepaling en ook niet met de redelijkheid en billijkheid.

Bij een gegrondverklaring van het beklag wordt de beslissing waarover geklaagd is wel in strijd geacht met een in de inrichting geldend wettelijk voorschrift of een verdragsbepaling, dan wel na afweging van alle in aanmerking komende belangen, onredelijk of onbillijk geacht. De beslissing van de directeur wordt dan geheel of gedeeltelijk vernietigd en de rechtsgevolgen moeten zoveel mogelijk door de directeur ongedaan worden gemaakt. Indien dat niet meer (volledig) mogelijk is, kan de commissie aan de gedetineerde een financiële compensatie toekennen.

hoger beroep

Zowel de directeur als de gedetineerde kunnen beroep instellen tegen de uitspraak van de commissie. Dit beroepschrift moet uiterlijk op de zevende dag na de dag van ontvangst van het afschrift van de uitspraak  worden ingediend bij de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming.

rechtsbijstand

De klagende gedetineerde heeft het recht zich te laten bijstaan door een rechtsbijstandverlener. Een gedetineerde die een klaagschrift wenst in te dienen, wordt geadviseerd hierbij een advocaat in te schakelen die gespecialiseerd is in het penitentiaire recht. Deze advocaat draagt immers kennis van de regels en weet hoe een klaagschrift het beste kan worden opgesteld. U bent dan bij een van de advocaten van In ’t Veen Advocaten in goede handen.

mr. Jeroen van der Linden

Laatst bijgewerkt: 22/02/16

mr. Jeroen van der Linden

Mr. J.M. van der Linden studeerde civiel recht en strafrecht aan de Universiteit van Leiden. Sinds 2003 is hij advocaat bij In 't Veen Advocaten. Hij treedt veelvuldig op in schuldsaneringszaken (eindzitting, tussentijdse zitting/tussentijdse beëindiging, schone lei). Voorts treeds hij veel op voor cliënten in lichte en zware strafzaken. Van der Linden is aspirant lid van de Haagse Vereniging van Jeugdrechtadvocaten.Hij ondersteune gedurende twee jaar de Rechtswinkel te Alphen aan den Rijn e.o. en geeft advies aan studenten bij de Leidse Kinderrechtswinkel.

Op de inhoud van deze pagina en op het gebruik van deze website zijn algemene voorwaarden van toepassing.

Doorzoek de site

Publicaties van mr. Jeroen van der Linden



Bewindvoerder nalatig door aanvraag beschermingsbewind niet “nauwgezet te monitoren”
Toch (onder omstandigheden) een 'schone lei' indien de bewindvoerder tekortschiet in zijn verplichting te monitoren of, zoals door de rechtbank geïnstrueerd, de schuldenaar beschermingsbewind heeft aangevraagd.

Vergeten boodschappen af te rekenen: winkeldiefstal of niet?
Per ongeluk boodschappen niet afgerekend; maakt iemand dat een winkeldief? Moet een toegezonden strafbeschikking worden betaald?

Het beklagrecht voor gedetineerden
Een gedetineerde heeft binnen een penitentiaire inrichting (huis van bewaring en gevangenis) het recht in beklag te gaan tegen een beslissing die de directeur van de inrichting tegen hem heeft genomen.

Het vereiste van de goede trouw om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling
Wat houdt het begrip 'te goeder trouw' in bij de vraag of iemand kan worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling?

De sollicitatieplicht in de wettelijke schuldsaneringsregeling
Welke regels gelden voor de sollicitatieplicht in de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp)?

Is verlenging mogelijk na einde van de schuldsaneringstermijn?
Hoge Raad: de beslissing de termijn van de wettelijke schuldsaneringsregeling te verlengen, kan ook nog worden genomen na het moment waarop de termijn van drie jaar van de schuldsaneringsregeling afloopt.

Het inlopen van een boedelachterstand in de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP)
De schuldenaar is verplicht gedurende de looptijd van de wettelijke schuldsaneringsregeling iedere maand al zijn inkomsten boven het “vrij te laten bedrag” over te maken op de boedelrekening. Dit wordt de maandelijkse “boedelafdracht” genoemd.

Ontnemingsvordering in het strafrecht
De officier van justitie kan een ontnemingsvordering bij de rechter indienen wanneer hij iemand ervan verdenkt een strafbaar feit te hebben gepleegd waarbij geldelijk gewin is behaald.

Meer...