In 't Veen Advocaten
.
.
.
.
.
.
.

De opbouw van vakantiedagen tijdens ziekte en het vervallen van vakantiedagen

Het Burgerlijk Wetboek kende een artikel waarin stond dat de opbouw van vakantiedagen bij langdurige ziekte is beperkt tot de opbouw in de laatste zes maanden van de ziekteperiode. Deze bepaling is in strijd geacht met het Europese recht en heeft dus tot een wijziging geleid. De beperking in de opbouw van vakantiedagen is niet langer geoorloofd. Een langdurige zieke werknemer krijgt recht op hetzelfde aantal vakantiedagen als zijn collega’s die niet ziek zijn.

In het geval een zieke werknemer tijdens de ziekte toch met vakantie gaat, kan worden overeengekomen dat vakantiedagen worden opgenomen. In beginsel moet een werkgever bij het einde van een arbeidsovereenkomst na twee jaar ziekte de opgebouwde vakantiedagen tijdens ziekte volledig te betalen.

vervaltermijnen

Bij veel werkgevers is geregeld dat vakantiedagen die niet zijn opgenomen, kunnen worden meegenomen naar een volgend jaar of naar volgende jaren. Op grond van het Burgerlijk Wetboek vervallen vakantiedagen pas na vijf jaar. Het minimum aantal vakantiedagen waarop een werknemer recht heeft, vervalt na zes maanden gerekend na de laatste dag van het kalenderjaar waarin de aanspraak op vakantie is verkregen. Deze regeling geldt niet voor de extra/bovenwettelijke vakantiedagen.  
 
De minimum aanspraak op vakantie is gelijk aan vier keer het aantal dagen/uren waarin een werknemer per week werkt. Bij een volledige baan heeft een werknemer minimaal recht op twintig vakantiedagen per jaar (vier maal vijf dagen). Indien een werknemer bijvoorbeeld 25 uur per week werk dan bestaat er recht op minimaal vier keer 25 uur per jaar.
 
Indien een werknemer de opgebouwde vakantiedagen van het ene jaar niet binnen zes maanden, dus vóór 1 juli van het volgend jaar opneemt, vervallen deze vakantiedagen. Een uitzondering is de situatie waarin de werknemer redelijkerwijs niet in staat is geweest vakantie op te nemen.
 
Het is mogelijk in onderling overleg van de wettelijke vervaltermijnen voor de minimum vakantiedagen af te wijken ten gunste van de werknemer. 
 
Bij vakantiedagen die zijn opgebouwd tot en met 2011 (en bij de op te bouwen bovenwettelijke vakantiedagen) blijft een verjaringstermijn van vijf jaar van kracht. Voor de vakantiedagen die vanaf 2012 worden opgebouwd (minimum aantal vakantiedagen) geldt een verjaringstermijn van zes maanden na het jaar waarin deze vakantiedagen worden opgebouwd. Het opnemen van vakantiedagen strekt dus niet in mindering op de dagen die het eerst zijn opgebouwd. Het minimum aantal vakantiedagen zal dus eerder worden afgeboekt dan de vakantiedagen waarvoor een langere verjaringstermijn geldt dan zes maanden.

mr. Wilma Kempe

Laatst bijgewerkt: 14/09/14

mr. Wilma Kempe

Mw. mr. M.W. Kempe studeerde privaatrecht aan de Universiteit Utrecht. Sinds 1997 is zij werkzaam bij In 't Veen Advocaten. Zij houdt zich bezig met arbeidsrecht, ambtenarenrecht, onderwijsrecht en sociaal zekerheidsrecht. Kempe is lid van de VAAN. 10 jaar lang was zij kantonrechter-plaatsvervanger bij de Rechtbank Rotterdam en de Rechtbank Midden-Nederland (voorheen Rechtbank Utrecht) . Zij behandelde procedures op arbeidsrechtelijk gebied. Sinds 1998 is zij voorzitter van een van de geschillencommissies (Wonen) van de Stichting Geschillencommissie voor Consumentenzaken (SGC).

Op de inhoud van deze pagina en op het gebruik van deze website zijn algemene voorwaarden van toepassing.

Doorzoek de site

Publicaties van mr. Wilma Kempe



Loondoorbetaling en re-integratie bij ziekte
Een werkgever van een zieke werknemer moet afwegen tussen het beëindigen van het dienstverband met betaling van de wettelijke transitievergoeding en het in stand laten van het dienstverband met de re-integratieverplichtingen tot gevolg.

Van vernietiging opzegging arbeidsovereenkomst naar toekenning vergoeding
Het switchen van het verzoek tot vernietiging van de opzegging van de arbeidsovereenkomst naar een verzoek tot toekenning van een billijke vergoeding is mogelijk, ook als de switch buiten de vervaltermijn wordt gedaan.

Het non-concurrentiebeding in arbeidsovereenkomsten
Een non-concurrentiebeding kan in beginsel alleen worden opgenomen in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Slechts onder strikte voorwaarden kan een non-concurrentiebeding ook in een overeenkomst voor bepaalde tijd worden opgenomen.

Werkloosheidsuitkering en fictieve opzegtermijn
Met ingang van 1 januari 2016 is in de Werkloosheidswet een nieuwe wettelijke bepaling opgenomen waarbij het recht op een WW-uitkering wordt uitgesloten over de fictieve opzegtermijn.

Termijnen in het arbeidsrecht voor de werknemer
Ook voor de werknemer geeft de Wet werk en zekerheid diverse termijnen aan binnen het arbeidsrecht waarbinnen actie dient te worden ondernomen.

Termijnen in het arbeidsrecht voor de werkgever
De Wet werk en zekerheid die per 1 juli 2015 van kracht is, geeft diverse termijnen aan binnen het arbeidsrecht waarbinnen actie dient te worden ondernomen.

Aanpassingen Werkloosheidswet (WW) per 1 januari 2016
Vanaf 1 januari 2016 wordt de maximale duur van de WW-uitkering teruggebracht. Vanaf 1 juli 2015 is een andere wijziging in de WW van kracht, namelijk een inkomensverrekening.

Wet werk en zekerheid: ontslagroute kantonrechter
De kantonrechter kan de arbeidsovereenkomst op verschillende gronden ontbinden.

Meer...